bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Numbers 25
Numbers 25
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 24
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 26 →
1
Israël bleef in Sittim wonen en het volk begon met de dochters van Moab hoererij te plegen.
2
Die nodigden het volk uit voor de slacht offers van hun goden en het volk at ervan en zij knielden voor hun goden neer.
3
Zo verbond Israël zich met Baäl-Peor en de toorn van de HEERE ontbrandde tegen Israël.
4
De HEERE zei tegen Mozes: “Neem alle hoofden van het volk en hang ze voor de HEERE op in de volle zon, dan zal de gloed van de toorn van de HEERE van Israël worden afgewend.”
5
Toen zei Mozes tegen de rechters van Israël: “Laat ieder diegenen onder zijn mannen, die zich aan Baäl-Peor verbonden hebben, doden!”
6
En zie, een man uit de zonen van Israël kwam aanlopen en bracht een Midianitische vrouw bij zijn broeders voor de ogen van Mozes en voor de ogen van heel de gemeente van de zonen van Israël, terwijl zij huilden bij de ingang van de Tent van de Ontmoeting.
7
Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester, zag het en stond op uit het midden van de gemeente. Hij nam een speer in zijn hand
8
en hij ging de Israëlitische man achterna tot in de koepeltent en doorstak hen beiden, de Israëlitische man, en de vrouw, dwars door haar buik heen. Toen hield de plaag onder de zonen van Israël op.
9
Er stierven vierentwintigduizend mensen aan de plaag.
10
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
11
“Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester, heeft mijn woede van de zonen van Israël afgewend door onder hen jaloers op te treden met mijn jaloersheid, zodat Ik de zonen van Israël in mijn heilige jaloersheid niet hoefde te vernietigen.
12
Zeg daarom: ‘Zie, Ik geef hem mijn Verbond van vrede.
13
Aan hem en aan zijn zaad na hem zal het Verbond van het eeuwige priesterschap toekomen, omdat hij voor zijn GOD geijverd heeft en verzoening heeft gedaan over de zonen van Israël.’ ”
14
De naam van de gedode Israëlietische man, die doodgeslagen was samen met de Midianitische vrouw, was Zimri, de zoon van Salu, de overste van het vaderhuis van de Simeonieten.
15
De naam van de doodgeslagen Midianitische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, een stamhoofd van een familie onder de Midianieten.
16
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
17
“Drijf de Midianieten in het nauw en versla hen,
18
want zij hebben jullie in het nauw gedreven door hun sluwheden waarmee zij jullie op sluwe wijze bedrogen hebben inzake Peor en inzake Kozbi, de dochter van de overste van de Midianieten, hun zus, die gedood werd op de dag van de plaag in verband met Peor.”
19
Na de plaag gebeurde het volgende.
← Chapter 24
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 26 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36