bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Numbers 6
Numbers 6
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 7 →
1
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
2
“Spreek tot de zonen van Israël en zeg tegen hen: ‘Wanneer een man of een vrouw de bijzondere stap doet om de gelofte van de wijdingshaar krans af te leggen om zich aan de HEERE te wijden,
3
dan zal hij zich van wijn en sterkedrank onthouden. Hij mag geen azijn uit wijn of azijn uit sterke drank drinken en in het geheel geen druivensap en hij mag ook geen verse of gedroogde druiven eten.
4
Alle dagen van zijn wijdings krans zal hij niets, vanaf de pitten tot de velletjes toe, eten van wat door de wijnstok is voortgebracht.
5
Alle dagen van de gelofte van zijn wijdings krans zal er geen scheermes op zijn hoofd komen totdat de dagen die hij voor de HEERE apart gezet heeft, vervuld zijn, en hij zal heilig zijn en de lok ken van zijn hoofdhaar laten groeien.
6
Alle dagen dat hij zich aan de HEERE gewijd heeft, mag hij niet bij een gestorvene komen.
7
Om zijn vader of om zijn moeder, om zijn broer of om zijn zus, om hen mag hij zich niet verontreinigen als zij komen te sterven, want de wijdings krans van zijn GOD is op zijn hoofd.
8
Alle dagen van zijn wijdings krans is hij heilig voor de HEERE.
9
Als een stervende plotseling ineens bij hem sterft en hij de hoofd tooi van zijn wijdings krans verontreinigt, zal hij zijn hoofd op de dag van zijn reiniging kaalscheren. Op de zevende dag moet hij het scheren.
10
Op de achtste dag zal hij twee tortelduiven of twee jonge duiven bij de priester brengen bij de ingang van de Tent van de Ontmoeting.
11
De priester zal er één als zondoffer klaarmaken en één als brandoffer en hij zal verzoening over hem doen, omdat hij zich aan de dode heeft bezondigd en op die zelfde dag zal hij zijn hoofd weer heiligen
12
en moet hij opnieuw de dagen van zijn wijdings krans aan de HEERE wijden en een eenjarige jonge ram als schuldoffer brengen. De dagen die eraan voorafgingen, zullen vervallen, omdat zijn wijdings krans werd verontreinigd.
13
Dit is de wet voor wie de wijdingshaar krans draagt: op de dag dat de dagen van zijn wijdings krans vervuld zijn, zal men hem bij de ingang van de Tent van de Ontmoeting brengen.
14
Dan zal hij zijn offergave aan de HEERE brengen, één gave eenjarige jonge ram als brandoffer en één gave eenjarig ooilam als zondoffer en één gave ram als vredeoffer,
15
een mand met ongezuurde broden, koeken van fijn meel gemengd met olie en dunne, ongezuurde broden, die met olie zijn ingesmeerd, en ook het bijbehorende spijs offer en de bijbehorende plengoffers.
16
De priester zal het voor het aangezicht van de HEERE brengen en zijn zondoffer en zijn brandoffer klaarmaken.
17
Hij zal ook de ram als vredeoffer voor de HEERE klaarmaken met de mand met ongezuurde broden en de priester zal het bijbehorende spijs offer en het bijbehorende plengoffer klaarmaken.
18
Dan zal de drager van de wijdingshaar krans bij de ingang van de Tent van de Ontmoeting het hoofd haar van zijn wijdings krans scheren en het hoofdhaar van zijn wijdings krans nemen en dat op het vuur leggen dat zich onder het vredeoffer bevindt.
19
Dan zal de priester een gekookt schouder stuk van de ram nemen en één ongezuurde koek uit de mand en één ongezuurde dunne koek en hij zal ze op de handen van de drager van de wijdingshaar krans leggen, nadat die zich zijn wijdings krans heeft afgeschoren.
20
De priester zal deze als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE heen en weer bewegen. Het is heilig voor de priester, met de beweegborst en met de achterpoot van het hefoffer. Daarna mag de drager van de wijdings krans wijn drinken.”
21
Dit is de wet betreffende de drager van de wijdings krans, die zijn offergave voor zijn wijdings krans aan de HEERE beloofd heeft, afgezien van wat zijn hand verder nog wist bijeen te brengen. Hij moet handelen overeenkomstig de gelofte die hij heeft afgelegd, op grond van de wet van zijn wijdings krans.’ ”
22
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
23
“Spreek tot Aäron en zijn zonen en zeg: ‘Zo moeten jullie de zonen van Israël zegenen door tegen hen te zeggen:
24
De HEERE zal je zegenen en over je waken!
25
De HEERE zal zijn aangezicht over je laten schijnen en zal je genadig zijn!
26
De HEERE zal zijn aangezicht naar je toewenden en je vrede geven!’
27
Zij zullen mijn Naam op de zonen van Israël leggen en Ik zal hen zegenen.”
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 7 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36