bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
/
Psalms 106
Psalms 106
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
1
Halleluja. Looft de HERE, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
2
Wie kan de machtige daden des HEREN uitspreken, al zijn lof doen horen?
3
Welzalig zij, die het recht onderhouden, die te allen tijde gerechtigheid doen.
4
Gedenk mijner, o HERE, naar het welbehagen in uw volk, bezoek mij met uw heil,
5
opdat ik het goede voor uw uitverkorenen moge zien, mij verheugen met de vreugde van uw volk, mij beroemen met uw erfdeel.
6
Wij hebben gezondigd, evenzeer als onze vaderen, verkeerd gedaan, goddeloos gehandeld.
7
Onze vaderen in Egypte sloegen geen acht op uw wonderen, zij gedachten niet aan uw talrijke gunstbewijzen, doch waren weerspannig bij de zee, bij de Schelfzee.
8
Maar Hij verloste hen om zijns naams wil, om zijn kracht bekend te maken.
9
Hij dreigde de Schelfzee, en zij verdroogde, Hij deed hen gaan door de waterdiepten als door een woestijn.
10
Hij verloste hen uit de macht van de hater, en bevrijdde hen uit de macht van de vijand;
11
want de wateren bedekten hun tegenstanders, niet één van hen bleef over.
12
Toen geloofden zij zijn woorden, zij zongen zijn lof.
13
Doch spoedig vergaten zij zijn daden en wachtten niet op zijn raad;
14
zij werden met lust bevangen in de woestijn en verzochten God in de wildernis.
15
Hij gaf hun wat zij begeerden, maar henzelf deed Hij wegteren.
16
Zij waren afgunstig op Mozes in de legerplaats, op Aäron, de heilige des HEREN.
17
De aarde opende zich en verslond Datan, zij bedekte de bende van Abiram.
18
Een vuur ontbrandde onder hun bende, een vlam verteerde de goddelozen.
19
Zij maakten een kalf bij Horeb en bogen zich neer voor een gegoten beeld;
20
zij verruilden hun Eer tegen het beeld van een rund dat gras eet.
21
Zij vergaten God, hun Verlosser, die grote dingen in Egypte gedaan had,
22
wonderen in het land van Cham, geduchte daden bij de Schelfzee.
23
Toen zeide Hij, dat Hij hen zou verdelgen – indien Mozes, zijn uitverkorene, niet vóór Hem in de bres had gestaan om zijn grimmigheid af te wenden, zodat Hij hen niet verdierf.
24
Zij versmaadden het kostelijke land, zij geloofden zijn woord niet;
25
zij morden in hun tenten, zij luisterden niet naar de stem des HEREN.
26
Toen zwoer Hij hun met opgeheven hand, dat Hij hen zou neervellen in de woestijn,
27
ook hun nakroost zou neervellen onder de volken, en hen verstrooien over de landen.
28
Toen zij zich aan Baäl-Peor koppelden, en dodenoffers aten,
29
en Hem tergden door hun daden, brak een plaag onder hen uit.
30
Maar Pinechas trad op en hield gericht; toen werd de plaag afgewend.
31
Dat werd hem tot gerechtigheid gerekend, van geslacht tot geslacht, voor altoos.
32
Zij vertoornden Hem bij de wateren van Meriba; het verging Mozes kwalijk om hunnentwil,
33
want zij waren tegen zijn Geest weerspannig, en hij sprak onbezonnen met zijn lippen.
34
Zij verdelgden de volken niet, van welke de HERE tot hen gesproken had;
35
maar zij lieten zich in met de heidenen en leerden hun werken,
36
zij dienden hun afgoden, die hun tot een valstrik werden,
37
zij offerden hun zonen en hun dochters aan de boze geesten;
38
ook vergoten zij onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters, die zij offerden aan de afgoden van Kanaän, zodat het land door bloedschuld werd ontwijd.
39
Zij verontreinigden zich door hun werken, pleegden overspel door hun daden.
40
Toen ontbrandde de toorn des HEREN tegen zijn volk, en Hij gruwde van zijn erfdeel;
41
Hij gaf hen in de macht der volken, zodat hun haters over hen heersten;
42
hun vijanden verdrukten hen, zodat zij zich kromden onder hun macht.
43
Vele malen redde Hij hen, maar zij waren weerspannig in hun voornemen, zodat zij wegzonken in hun ongerechtigheid.
44
Maar, als Hij hun benauwdheid zag, wanneer Hij hun gejammer hoorde,
45
dan gedacht Hij te hunnen gunste aan zijn verbond, en had deernis naar zijn grote goedertierenheid.
46
Dan deed Hij hen barmhartigheid vinden bij allen die hen als gevangenen hadden weggevoerd.
47
Verlos ons, HERE, onze God, verzamel ons weder uit de volken, opdat wij uw heilige naam loven, ons beroemen in uw lof.
48
Geloofd zij de HERE, de God Israëls, van eeuwigheid en tot eeuwigheid, en al het volk zegge: Amen. Halleluja!
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150