bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
/
Psalms 18
Psalms 18
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
1
Voor de koorleider. Van de knecht des HEREN, van David, die tot de HERE de woorden van dit lied sprak, ten dage dat de HERE hem verlost had uit de greep van al zijn vijanden en uit de hand van Saul.
2
Hij zeide: Ik heb U hartelijk lief, HERE, mijn sterkte,
3
o HERE, mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder, mijn God, mijn Rots, bij wie ik schuil, mijn schild, hoorn mijns heils, mijn burcht.
4
Geloofd zij de HERE, roep ik uit; want van mijn vijanden ben ik verlost.
5
Banden des doods hadden mij omvangen, en stromen van verderf hadden mij overvallen,
6
banden van het dodenrijk hadden mij omgeven, valstrikken van de dood lagen op mijn weg.
7
Toen het mij bang te moede was, riep ik de HERE aan, tot mijn God riep ik om hulp. Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis, mijn hulpgeroep tot Hem drong door in zijn oren.
8
Toen dreunde en beefde de aarde en de grondvesten der bergen sidderden en daverden, omdat Hij in toorn ontbrand was.
9
Rook steeg op uit zijn neus, verterend vuur kwam voort uit zijn mond, kolen raakten erdoor in brand.
10
Hij neigde de hemel en daalde neder, donkerheid was onder zijn voeten,
11
Hij reed op een cherub en vloog en zweefde op de vleugels van de wind.
12
Hij stelde het duister tot zijn omhulsel, tot zijn beschutting rondom Zich: duistere wateren, wolkengevaarten.
13
Van de glans vóór Hem verdwenen zijn wolken, hagel en vurige kolen.
14
De HERE deed de donder in de hemel weerklinken, de Allerhoogste verhief zijn stem – [hagel en vurige kolen].
15
Hij schoot zijn pijlen en verstrooide hen, hij slingerde bliksemen en bracht hen in verwarring.
16
Toen werden de beddingen der wateren zichtbaar en de grondvesten der wereld kwamen bloot vanwege uw dreigen, o HERE, vanwege het blazen van de adem van uw neus.
17
Hij reikte van omhoog, greep mij, trok mij op uit grote wateren.
18
Hij ontrukte mij aan mijn machtige vijand, en aan mijn haters, omdat zij sterker waren dan ik.
19
Zij traden mij in de weg ten dage van mijn ongeluk, maar de HERE was mij tot steun;
20
Hij leidde mij uit in de ruimte. Hij redde mij, omdat Hij welgevallen aan mij had.
21
De HERE deed mij naar mijn gerechtigheid, naar de reinheid mijner handen vergold Hij mij,
22
want ik heb de wegen des HEREN gehouden en ben niet goddeloos afgeweken van mijn God.
23
Want al zijn verordeningen stonden mij voor ogen en zijn inzettingen deed ik niet van mij weg,
24
maar ik was onberispelijk jegens Hem, en wachtte mij voor ongerechtigheid.
25
De HERE heeft mij vergolden naar mijn gerechtigheid, naar de reinheid mijner handen vóór zijn ogen.
26
Jegens de getrouwe toont Gij U getrouw, jegens de onberispelijke toont Gij U onberispelijk,
27
jegens de reine toont Gij U rein, maar jegens de verkeerde toont Gij U een tegenstander.
28
Gij toch verlost het ellendige volk en vernedert de hovaardige ogen.
29
Gij toch doet mijn lamp schijnen, de HERE, mijn God, doet mijn duisternis opklaren.
30
Met U immers loop ik op een legerbende in en met mijn God spring ik over een muur.
31
Gods weg is volmaakt; des HEREN woord is zuiver. Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen.
32
Want wie is God behalve de HERE, wie is een rots buiten onze God?
33
Die God, die mij met kracht omgordt en mijn weg effen maakt;
34
die mijn voeten maakt als die der hinden en mij op mijn hoogten doet staan;
35
die mijn handen oefent ten strijde, zodat mijn armen een koperen boog spannen.
36
Ook gaaft Gij mij het schild uws heils, en uw rechterhand ondersteunde mij, uw nederbuigende goedheid maakte mij groot.
37
Gij hebt mij ruimte gegeven voor mijn schreden, en mijn enkels wankelden niet.
38
Ik vervolgde mijn vijanden om hen te achterhalen, en liet niet af, eer ik hen had vernietigd;
39
ik verpletterde hen, zodat zij niet konden opstaan, zij vielen onder mijn voeten.
40
Gij hebt mij aangegord met kracht tot de strijd, Gij deedt onder mij bukken wie tegen mij opstonden;
41
Gij deedt mijn vijanden mij de rug toekeren, en mijn haters verdelgde ik.
42
Zij riepen om hulp, maar niemand redde, tot de HERE, maar Hij antwoordde hun niet;
43
toen vermaalde ik hen als stof voor de wind. Ik goot hen uit als slijk van de straten.
44
Gij deedt mij ontkomen aan de twisten van het volk, Gij steldet mij tot hoofd der natiën; volken die ik niet kende, werden mij dienstbaar;
45
nauwelijks hadden zij van mij gehoord, of zij gehoorzaamden mij; vreemden veinsden onderdanigheid tegenover mij.
46
Vreemden verloren hun kracht en verlieten bevend hun burchten.
47
De HERE leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils,
48
de God, die mij wraak heeft verleend, die volken onder mij gebracht heeft,
49
die mij van mijn vijanden heeft gered. Ja, Gij hebt mij verhoogd boven hen die tegen mij opstonden, Gij hebt mij gered van de geweldenaar.
50
Daarom loof ik U, o HERE, onder de volken en wil ik uw naam psalmzingen.
51
Hij schenkt zijn koning grote uitreddingen, en betoont trouw aan zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht voor altijd.
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150