bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
/
Psalms 89
Psalms 89
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
← Chapter 88
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 90 →
1
Een leerdicht van Etan, de Ezrachiet.
2
Van de gunstbewijzen des HEREN wil ik altoos zingen, van geslacht tot geslacht zal ik uw trouw met mijn mond verkondigen.
3
Want ik zeide: Voor eeuwig wordt de goedertierenheid gebouwd; in de hemel bevestigt Gij uw trouw.
4
Met mijn uitverkorene heb Ik een verbond gesloten, aan mijn knecht David heb Ik gezworen:
5
Voor altoos zal Ik uw nakroost bevestigen, en uw troon bouwen van geslacht tot geslacht. sela
6
Daarom loven de hemelen uw wondermacht, o HERE, ook uw trouw in de gemeente der heiligen;
7
want wie in de hemel kan de HERE evenaren, wie onder de goden is de HERE gelijk?
8
God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die rondom Hem zijn.
9
HERE, God der heerscharen, wie is als Gij grootmachtig, o HERE, en uw trouw is rondom U.
10
Gij heerst over de overmoed der zee; als haar golven zich verheffen, stilt Gij ze.
11
Gij hebt Rahab als een verslagene verbrijzeld, door uw sterke arm hebt Gij uw vijanden verstrooid.
12
Uwer is de hemel, uwer is ook de aarde; de wereld en haar volheid, Gij hebt ze gegrond,
13
het Noorden en het Zuiden, Gij hebt ze geschapen; Tabor en Hermon jubelen in uw naam.
14
Gij hebt een machtige arm, uw hand is sterk, uw rechterhand verheven;
15
gerechtigheid en recht zijn de grondslag van uw troon, goedertierenheid en trouw gaan voor uw aangezicht henen.
16
Welzalig het volk dat de jubelroep kent, zij wandelen, HERE, in het licht van uw aanschijn;
17
in uw naam juichen zij de ganse dag, en door uw gerechtigheid worden zij verhoogd.
18
Want Gij zijt de luister hunner sterkte, en door uw welbehagen zult Gij onze hoorn verhogen;
19
want van de HERE is ons schild, van de Heilige Israëls onze koning.
20
Gij hebt weleer in een gezicht gesproken tot uw gunstgenoten en gezegd: Aan een held heb Ik hulp toebedeeld, Ik heb een verkorene uit het volk verheven;
21
Ik heb David, mijn knecht, gevonden, met mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd;
22
voor wie mijn hand tot steun zal zijn, ook zal mijn arm hem sterken;
23
geen vijand zal hem overvallen, geen booswicht zal hem verdrukken;
24
ja, Ik zal zijn tegenstanders voor zijn aangezicht verpletteren, wie hem haten, zal Ik verslaan.
25
Maar mijn trouw en mijn goedertierenheid zullen met hem zijn, en door mijn naam zal zijn hoorn verhoogd worden;
26
ook zal Ik zijn hand leggen op de zee, en zijn rechterhand op de stromen.
27
Hij zal tot Mij zeggen: Gij zijt mijn Vader, mijn God en de rots van mijn heil.
28
Ja, Ik zal hem tot een eerstgeborene stellen, tot de hoogste van de koningen der aarde.
29
Voor altoos zal Ik jegens hem mijn goedertierenheid bewaren en mijn verbond zal voor hem vast blijven;
30
zijn nakroost zal Ik voor immer doen voortbestaan, en zijn troon als de dagen des hemels.
31
Indien zijn zonen mijn wet verlaten, en niet naar mijn verordeningen wandelen;
32
indien zij mijn inzettingen ontwijden, en mijn geboden niet onderhouden,
33
dan zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen;
34
maar mijn goedertierenheid zal Ik hem niet onthouden, mijn trouw zal Ik niet verloochenen,
35
mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over mijn lippen gekomen is.
36
Eenmaal heb Ik bij mijn heiligheid gezworen: Hoe zou Ik tegenover David liegen!
37
Zijn nakroost zal voor altoos bestaan, zijn troon zal als de zon vóór Mij zijn;
38
als de maan zal hij voor altoos vaststaan, en de getuige aan de hemel is getrouw. sela
39
Toch hebt Gij verstoten en versmaad, Gij zijt verbolgen geweest op uw gezalfde;
40
het verbond met uw knecht hebt Gij teniet gedaan, zijn kroon ter aarde toe ontwijd;
41
al zijn muren hebt gij verbroken, zijn vestingen tot een puinhoop gemaakt;
42
allen die op de weg voorbijgingen, plunderden hem, hij werd een smaad voor zijn naburen;
43
Gij hebt de rechterhand van zijn tegenstanders verhoogd, Gij hebt al zijn vijanden verheugd;
44
ook hebt Gij de scherpte van zijn zwaard omgewend, en hem niet doen stand houden in de krijg;
45
Gij hebt zijn glans doen ophouden, en zijn troon ter aarde neergeworpen;
46
Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort, Gij hebt hem met schaamte overdekt. sela
47
Hoelang nog, o HERE? Zult Gij U voortdurend verbergen, zal uw grimmigheid branden als vuur?
48
Gedenk, wat mijn levensduur is, tot welke nietigheid Gij alle mensenkinderen hebt geschapen.
49
Welke mens leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk? sela
50
Waar zijn, o Here, uw vroegere gunstbewijzen, die Gij in uw trouw aan David hebt gezworen?
51
Gedenk, Here, de smaad, uw knechten aangedaan; hoe ik in mijn boezem (de hoon) van alle grote volken draag,
52
waarmee uw vijanden smaden, o HERE, waarmee zij smaden de voetsporen van uw gezalfde!
53
Geloofd zij de HERE voor eeuwig. Amen, ja amen.
← Chapter 88
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 90 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150