bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
2 Chronicles 17
2 Chronicles 17
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 18 →
1
Zijn zoon Josafat volgde hem als koning op. Hij versterkte zijn positie tegen Israël
2
en plaatste legerafdelingen in alle versterkte steden van Juda. Ook legerde hij troepen in het land van Juda en in de steden van Efraïm die zijn vader Asa had ingenomen.
3
En de Heer*** was met Josafat, omdat hij dezelfde wegen bewandelde als zijn voorvader David vroeger.
4
Hij zocht geen hulp bij de Baäls, maar bij de God van zijn vader. Hij wandelde overeenkomstig Gods geboden en deed niet hetzelfde als Israël.
5
De Heer*** zorgde dat hij het koningschap stevig in handen kreeg en heel Juda betaalde hem belasting. Hij werd zeer rijk en geëerd.
6
Met een toegewijd hart bewandelde hij de weg van de Heer***. Hij verwijderde de offerplaatsen en de heilige palen uit Juda.
7
In het derde jaar van zijn regering zond hij zijn beambten Benhaïl, Obadja, Zecharja, Netaneël en Michaja naar de steden van Juda om er de mensen onderricht te geven.
8
Ze werden daarbij terzijde gestaan door de Levieten Semaja, Netanja, Zebadja, Asaël, Semiramot, Jonatan, Adonia, Tobia en Tob-Adonia en de priesters Elisama en Joram.
9
Met het Wetboek van de Heer*** bij zich gingen ze alle steden van Juda langs om het volk te onderwijzen.
10
Alle koninkrijken van de volken rond Juda werden overvallen door vrees voor de Heer***, zodat ze niet tegen Josafat ten strijde durfden te trekken.
11
Een deel van de Filistijnen betaalde Josafat schatting, in goederen en in geld; de Arabieren betaalden hem 7700 rammen en 7700 bokken.
12
Zo werd Josafat gaandeweg bijzonder machtig. Hij bouwde in Juda burchten en voorraadsteden.
13
Hij had veel werkvolk in de steden van Juda, en in Jeruzalem een groot leger krijgslieden, dappere helden.
14
Dit zijn hun aantallen, naar familie. In Juda had hij de volgende aanvoerders over duizend: Adna, met 300.000 dappere krijgslieden;
15
verder aanvoerder Johanan, met 280.000 man;
16
daarna Amasia, de zoon van Zichri, met 200.000 dappere krijgslieden – hij had zich vrijwillig in dienst van de Heer*** gesteld;
17
uit de stam van Benjamin de dappere krijgsman Eljada, met 200.000 man, bewapend met bogen en schilden;
18
verder Jozabad, met 180.000 bewapende mannen.
19
Zij stonden in dienst van de koning, afgezien van degenen die de koning in de versterkte steden van Juda gelegerd had.
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 18 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36