bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
2 Chronicles 36
2 Chronicles 36
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 35
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
1
Toen riep de bevolking Josia's zoon Joahaz tot koning uit en hij volgde zijn vader op in Jeruzalem.
2
Joahaz was 23 jaar toen hij koning werd. Hij regeerde drie maanden in Jeruzalem.
3
De koning van Egypte zette hem namelijk af in Jeruzalem en legde het land een boete op van 100 talenten zilver en 1 talent goud.
4
De koning van Egypte stelde Joahaz' broer Eljakim aan als koning van Juda en Jeruzalem en wijzigde zijn naam in Jojakim. Maar zijn broer Joahaz werd door Necho weggevoerd naar Egypte.
5
Jojakim was 25 jaar toen hij koning werd. Hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen van zijn Heer*** God.
6
Koning Nebukadnezar van Babel trok tegen hem ten strijde. Hij boeide hem met twee koperen ketenen en voerde hem mee naar Babel.
7
Nebukadnezar nam ook voorwerpen uit het huis van de Heer*** mee naar Babel en zette ze neer in zijn tempel in Babel.
8
Het overige van de regering van Jojakim, met de gruwelijke dingen die hij deed en al zijn andere wandaden, staat opgetekend in het boek van de koningen van Israël en Juda. Zijn zoon Jojachin volgde hem als koning op.
9
Jojachin was 18 jaar toen hij koning werd. Hij regeerde drie maanden en tien dagen in Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen van de Heer***.
10
In het voorjaar liet koning Nebukadnezar hem halen en naar Babel brengen, samen met de kostbaarheden uit het huis van de Heer***. En hij stelde Jojachins broer Zedekia aan als koning van Juda en Jeruzalem.
11
Zedekia was 21 jaar toen hij koning werd. Hij regeerde elf jaar in Jeruzalem.
12
Hij deed wat kwaad is in de ogen van zijn Heer*** God. Hij toonde de profeet Jeremia geen berouw toen deze hem de woorden van de Heer*** overbracht.
13
Bovendien kwam hij in opstand tegen koning Nebukadnezar, aan wie hij bij God trouw gezworen had. Hij verhardde zijn hart en weigerde koppig zich te bekeren tot de Heer***, de God van Israël.
14
Ook alle leiders van de priesters en het volk zondigden ernstig en begingen dezelfde gruweldaden als de andere volken. Ze ontwijdden het huis van de Heer*** dat Hij in Jeruzalem voor Zich geheiligd had.
15
De Heer***, de God van hun voorvaders, waarschuwde hen wel telkens weer door middel van zijn dienaren, want Hij wilde zijn volk en zijn woning sparen.
16
Maar ze bespotten Gods gezanten, verachtten zijn woorden en hoonden zijn profeten, totdat de woede van de Heer*** over zijn volk uiteindelijk zo groot was dat er geen herstel meer mogelijk was.
17
Hij liet de koning van de Chaldeeën tegen hen optrekken, die alle jonge mannen doodde in hun heilige tempel. Hij ontzag niemand: jonge mannen, meisjes, ouderen en hoogbejaarden – de Heer*** leverde iedereen aan hem uit.
18
En alle voorwerpen uit het huis van God, grote en kleine, en de schatten uit het huis van de Heer*** en de schatten van de koning en van de leiders nam hij mee naar Babel.
19
Het huis van God werd in brand gestoken, de muur van Jeruzalem werd neergehaald en alle paleizen met de daarin achtergelaten kostbaarheden werden in brand gestoken.
20
Degenen die het zwaard overleefd hadden voerde hij weg naar Babel, waar ze hem en zijn zonen moesten dienen, tot het rijk van Perzië aan de macht kwam.
21
Dit gebeurde opdat het woord van de Heer*** vervuld zou worden dat Hij door zijn profeet Jeremia had gesproken. Totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed had gekregen, lag het land braak. Het had rust totdat de 70 jaren voorbij waren.
22
Maar opdat het woord vervuld zou worden dat de Heer*** door Jeremia had gesproken, zette de Heer*** koning Kores van Perzië er in zijn eerste regeringsjaar toe aan om in zijn hele rijk, zowel mondeling als schriftelijk, het volgende besluit te laten bekendmaken:
23
"Dit zegt koning Kores van Perzië: De Heer***, de God van de hemel, heeft mij alle koninkrijken van de aarde gegeven. En Hij heeft mij bevolen voor Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt. Wie onder jullie tot zijn volk behoort, mag met de zegen van zijn Heer*** God daarheen vertrekken."
← Chapter 35
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36