bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Exodus 17
Exodus 17
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 18 →
1
Daarna vertrok de hele gemeenschap van de Israëlieten uit de Sinwoestijn en op bevel van de Heer*** trokken ze van rustplaats naar rustplaats tot ze bij Rafidim kwamen. Daar sloegen ze hun kamp op, maar er was daar voor het volk geen water om te drinken.
2
Het volk maakte ruzie met Mozes en zei: "Zorg voor water, we willen drinken!" Maar Mozes antwoordde: "Waarom komen jullie ruzie met mij maken? Waarom dagen jullie de Heer*** uit?"
3
Maar het volk snakte naar water en mopperde opstandig tegen Mozes: "Waarom heb je ons uit Egypte laten vertrekken? Om ons, onze kinderen en ons vee te laten sterven van de dorst?"
4
Toen riep Mozes tot de Heer***: "Wat moet ik met dit volk? Nog even en ze zullen me stenigen!"
5
De Heer*** antwoordde: "Ga voor het volk uit en laat een aantal van de oudsten van Israël met je meegaan. Neem de staf mee waarmee je op het water van de rivier geslagen hebt.
6
Zie, Ik zal daar vóór je op een rots van de Horeb staan. Sla op de rots, dan zal er water uit stromen, zodat het volk kan drinken." Mozes deed wat de Heer*** gezegd had, voor de ogen van de oudsten van Israël.
7
En hij noemde die plaats Massa en Meriba, omdat de Israëlieten daar ruzie met hem gemaakt hadden en ze de Heer*** hadden uitgedaagd door te zeggen: 'Is de Heer*** bij ons of niet?'
8
Bij Rafidim vielen de Amalekieten Israël aan.
9
Mozes zei tegen Jozua: "Kies mannen uit en trek met hen ten strijde tegen de Amalekieten. Morgen zal ik op de heuveltop gaan staan, met de staf van God in mijn hand."
10
Jozua deed wat Mozes gezegd had en streed tegen Amalek, en Mozes beklom met Aäron en Hur de heuvel.
11
Zolang Mozes zijn armen opgeheven hield, had Israël de overhand, maar wanneer hij zijn armen liet zakken, was Amalek sterker.
12
Maar Mozes' armen werden zwaar. Daarom legden ze een steen bij hem neer waar hij op kon zitten en Aäron en Hur ondersteunden Mozes' armen, ieder aan een kant. Zo bleven zijn handen opgeheven tot zonsondergang.
13
Zo versloeg Jozua het leger van Amalek in de strijd.
14
De Heer*** zei tegen Mozes: "Schrijf het volgende op in een boek, zodat het nooit vergeten wordt, en prent het Jozua in: Ik zal de herinnering aan Amalek volledig uitwissen onder de hemel."
15
Mozes bouwde er een altaar en noemde het: De Heer*** is mijn banier.
16
"Want," zei hij, "de Heer*** heeft bij zijn troon gezworen dat de Heer*** van generatie op generatie strijd zal voeren tegen Amalek."
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 18 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40