bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Exodus 6
Exodus 6
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 7 →
1
Ook zei God tegen Mozes: "Ik ben de Heer***.
2
Aan Abraham, Izaäk en Jakob ben Ik verschenen als God de Almachtige. Maar zij kenden Mij niet bij mijn naam ' Heer***'.
3
Ik heb met hen een verbond gesloten dat Ik hun Kanaän zou geven, het land waar zij als vreemdelingen hebben rondgetrokken.
4
Ik heb het gekerm gehoord van de Israëlieten die door de Egyptenaren in slavernij worden gehouden, en Ik ben trouw aan mijn verbond.
5
Zeg daarom tegen de Israëlieten: 'Ik ben de Heer***. Ik zal jullie bevrijden van de dwangarbeid die de Egyptenaren jullie opleggen. Ik zal jullie redden uit de slavernij. Ik zal jullie door mijn grote kracht bevrijden, door middel van zware straffen.
6
Ik zal jullie tot mijn eigen volk aannemen en Ik zal jullie God zijn. Jullie zullen erkennen dat Ik, de Heer***, jullie God ben, en dat Ik jullie bevrijd van de dwangarbeid van de Egyptenaren.
7
Ik zal jullie naar het land brengen waarvan Ik gezworen heb dat Ik het aan Abraham, Izaäk en Jakob zou geven. Ik zal jullie dat land in bezit geven, Ik, de Heer***."
8
Mozes bracht deze woorden aan de Israëlieten over, maar ze wilden niet naar hem luisteren, want ze hadden de moed verloren door de wrede slavernij.
9
En de Heer*** zei tegen Mozes:
10
"Ga naar de farao, de koning van Egypte, en zeg hem dat hij de Israëlieten uit zijn land moet laten vertrekken."
11
Maar Mozes weersprak de Heer***: "De Israëlieten willen al niet naar me luisteren. Waarom zou de farao dan wel luisteren? Ik kom niet eens uit mijn woorden!"
12
Maar de Heer*** droeg Mozes en Aäron op naar de Israëlieten en naar de farao te gaan om de Israëlieten uit Egypte weg te leiden.
13
Dit zijn de familiehoofden van Israël: De zonen van Ruben, Israëls eerstgeborene, zijn: Henoch, Pallu, Hezron en Karmi. Dit zijn de geslachten die van Ruben afstammen.
14
De zonen van Simeon: Jemuel, Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul, de zoon van een Kanaänitische vrouw. Dit zijn de geslachten die van Simeon afstammen.
15
En dit zijn de zonen die van Levi afstammen, in volgorde van geboorte: Gerson, Kehat en Merari. Levi werd 137 jaar.
16
De zonen van Gerson: Libni en Simeï. Dat zijn ook de namen van hun geslachten.
17
De zonen van Kehat: Amram, Jizhar, Hebron en Uzziël. Kehat werd 133 jaar.
18
De zonen van Merari: Mali en Musi. Dit zijn de geslachten die van Levi afstammen, in volgorde van geboorte.
19
Amram trouwde met Jochebed, de zus van zijn vader. Jochebed schonk hem twee zonen: Aäron en Mozes. Amram werd 137 jaar.
20
De zonen van Jizhar: Korach, Nefeg en Zichri.
21
De zonen van Uzziël: Misaël, Elsafan en Sitri.
22
Aäron trouwde met Eliseba, de dochter van Amminadab. Ze was de zus van Nahesson. Ze schonk hem zonen: Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar.
23
De zonen van Korach waren: Assir, Elkana en Abiasaf. Dit zijn de geslachten die van Korach afstammen.
24
Eleazar, de zoon van Aäron, trouwde met een dochter van Putiël. Ze schonk hem een zoon: Pinehas. Dit zijn de familiehoofden van de stam Levi, naar hun geslachten.
25
En dit zijn die Aäron en Mozes tegen wie de Heer*** zei: 'Leid de Israëlieten, in groepen geordend, uit Egypte weg.'
26
Zij zijn het die tot de farao spraken om de Israëlieten uit Egypte weg te leiden. Dit zijn die Mozes en Aäron.
27
In de tijd dat de Heer*** in Egypte met Mozes sprak, zei Hij tegen hem:
28
"Ik ben de Heer***. Breng alles wat Ik jou zeg aan de farao over."
29
Maar Mozes weersprak de Heer***: "Ik kan niet eens uit mijn woorden komen. Waarom zou de farao naar mij luisteren?"
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 7 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40