bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Exodus 25
Exodus 25
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 24
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 26 →
1
De Heer*** zei tegen Mozes:
2
"Vraag de Israëlieten voor Mij een geschenk in te zamelen. Neem deze geschenken aan van iedereen die van harte bereid is een geschenk te geven.
3
Dit is wat je moet inzamelen:
4
goud, zilver en koper, verder blauw, purper en scharlakenrood garen, fijn getwijnd linnen en geitenhaar,
5
roodgeverfde ramshuiden, dun leer en acaciahout,
6
olijfolie voor de lamp, specerijen voor de zalfolie en de reukwerkoffers,
7
sardonyxstenen voor het priesterschort en edelstenen voor de borsttas [van de hogepriester].
8
Ze moeten een heiligdom voor Mij maken waarin Ik bij hen zal wonen.
9
Jullie moeten deze tabernakel en alle toebehoren nauwkeurig volgens het voorbeeld maken dat Ik je laat zien.
10
Ze moeten een kist van acaciahout maken, van 2½ el lang, 1½ el breed en 1½ el hoog.
11
Overtrek die van binnen en van buiten met zuiver goud. Maak er rondom een opstaande gouden sierrand op.
12
Maak vier gegoten gouden ringen en bevestig die onderaan op de vier hoeken, twee ringen aan de ene zijkant en twee ringen aan de andere zijkant.
13
Maak draagstokken van acaciahout en overtrek ze met goud.
14
Steek de draagstokken in de ringen die aan weerskanten van de kist zitten. Daaraan moet de kist worden gedragen.
15
De draagstokken moeten altijd in de ringen blijven zitten en mogen er niet uitgetrokken worden.
16
Leg daarna in die kist, de ark, de verbondsplaten die Ik je zal geven.
17
Maak ook van zuiver goud een verzoeningsdeksel, van 2½ el lang en 1½ el breed.
18
Maak twee cherubs van gedreven goud, één aan elke kant van het verzoeningsdeksel.
19
Maak de ene cherub uit de ene zijkant en de andere cherub uit de andere zijkant van het deksel. Dus aan beide uiteinden van het verzoeningsdeksel wordt uit het goud van het deksel een cherub gevormd, één geheel vormend met het deksel.
20
De cherubs moeten hun twee vleugels naar boven uitspreiden, zodat hun vleugels het verzoeningsdeksel overdekken. Ze moeten met hun gezicht naar elkaar toe staan, hun hoofd naar het verzoeningsdeksel gebogen.
21
Leg het verzoeningsdeksel op de ark, nadat je daarin de verbondsplaten hebt gelegd die Ik je zal geven.
22
Daar zal Ik naar je toe komen en Ik zal van boven het verzoeningsdeksel met je spreken, van tussen de twee cherubs op de ark waarin de verbondsplaten liggen. Daar zal Ik je alles meedelen wat Ik de Israëlieten opdraag.
23
Maak ook een tafel van acaciahout, van 2 el lang, 1 el breed en 1½ el hoog.
24
Overtrek die met zuiver goud en maak er rondom een opstaande gouden sierrand op.
25
Maak een gouden lijst van 1 handbreedte en maak daaromheen de opstaande gouden sierrand.
26
Maak vier gouden ringen en bevestig die aan de vier poten die op de hoeken zitten.
27
De ringen moeten dicht onder de gouden lijst zitten. De ringen zijn voor de draagstokken waaraan de tafel wordt gedragen.
28
Maak die draagstokken van acaciahout en overtrek ze met goud. Daaraan moet de tafel worden gedragen.
29
Maak ook de bijbehorende schotels, wierookschalen, wijnkannen en kommen die op de tafel komen te staan, alles van zuiver goud.
30
Op deze tafel moet je altijd het toonbrood in mijn tegenwoordigheid leggen.
31
Maak een kandelaar van zuiver goud, gedreven werk. De schacht, de zijarmen en de lamphouders met bloemknoppen en bloesems moeten uit één stuk worden gevormd.
32
Er moeten zes armen uit de zijkanten van de schacht komen, aan weerszijden drie.
33
Op een arm komt een lamphouder in de vorm van drie amandelen, met een amandelbloesem en een bloemknop, ook op de volgende arm komt een lamphouder in de vorm van drie amandelen, met een amandelbloesem en een bloemknop, en zo moeten alle zes armen aan de kandelaar worden.
34
Maar op de schacht komt een lamphouder in de vorm van vier amandelen, met amandelbloesems en bloemknoppen.
35
Ook onder het eerste, tweede en derde paar armen komt een bloemknop op de plaats waar de armen uit de schacht komen. De zes armen aan de schacht moeten allemaal hetzelfde worden.
36
De bloesems, de armen en de schacht moeten uit één stuk worden gevormd, gedreven werk van zuiver goud.
37
Maak voor de kandelaar zeven olielampen. Steek de lampen aan en plaats ze zo op de kandelaar, dat het licht naar de voorzijde valt.
38
Maak ook de snuiters en de lampendovers van zuiver goud.
39
De kandelaar met alle toebehoren moet uit 1 talent zuiver goud worden gemaakt.
40
Let erop dat je alles maakt volgens het voorbeeld dat je op de berg is getoond.
← Chapter 24
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 26 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40