bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Genesis 16
Genesis 16
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 17 →
1
Maar Saraï, de vrouw van Abram, schonk hem geen kinderen. Nu had ze een Egyptische slavin, Hagar.
2
En Saraï zei tegen Abram: "Je ziet dat de Heer*** mijn moederschoot gesloten heeft, zodat ik geen kinderen krijg. Slaap daarom maar met mijn slavin, dan zal ik door haar misschien nageslacht krijgen." Abram deed wat Saraï zei.
3
Zo gaf Abrams vrouw Saraï haar Egyptische slavin Hagar als bijvrouw aan Abram toen ze tien jaar in Kanaän woonden.
4
Abram sliep met Hagar en ze werd zwanger. Toen ze merkte dat ze zwanger was, minachtte ze haar meesteres.
5
Saraï zei tegen Abram: "Jij bent verantwoordelijk voor het onrecht dat zij mij aandoet. Ik heb je haar in je armen gegeven en nu ze weet dat ze zwanger is, minacht ze mij. Laat de Heer*** oordelen wie van ons beiden in zijn recht staat, jij of ik."
6
Abram zei tegen Saraï: "Ze is je slavin, dus doe met haar wat je wilt." Toen vernederde Saraï Hagar zo, dat Hagar bij haar wegvluchtte.
7
De Engel van de Heer*** trof haar aan bij een bron in de woestijn, de bron langs de weg naar Sur.
8
Hij zei: "Hagar, slavin van Saraï, waar kom je vandaan en waar ga je naartoe?" Ze antwoordde: "Ik ben gevlucht voor mijn meesteres Saraï."
9
De Engel van de Heer*** antwoordde: "Ga terug naar je meesteres en onderwerp je aan haar."
10
Daarna zei de Engel van de Heer*** tegen haar: "Ik zal je nageslacht zeer talrijk maken. De menigte van jouw nakomelingen zal niet te tellen zijn.
11
Zie, je bent in verwachting en je zult een zoon krijgen. Je moet hem Ismaël noemen, omdat de Heer*** heeft gehoord hoe moeilijk je het hebt.
12
Hij zal zo dwars zijn als een wilde ezel. Hij zal zich tegen iedereen keren en iedereen zal zich tegen hem keren. Hij zal altijd met zijn broeders in strijd leven."
13
En ze noemde de Heer*** die met haar sprak: El-Roï, de God die ziet. "Want," zei ze, "hier heb ik immers Hem gezien die naar mij omzag."
14
Daarom wordt die bron de Lachai-Roïbron genoemd. Dat is de bron die tussen Kades en Bered ligt.
15
Hagar schonk Abram een zoon en hij noemde Hagars zoon: Ismaël.
16
Abram was 86 jaar toen Hagar zijn zoon Ismaël ter wereld bracht.
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 17 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50