bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Genesis 28
Genesis 28
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 27
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 29 →
1
Toen riep Izaäk Jakob bij zich, zegende hem en droeg hem op: "Neem geen Kanaänitisch meisje tot vrouw,
2
maar ga naar Paddan-Aram, naar de familie van Betuel, je moeders vader, en trouw met een van de dochters van Laban, de broer van je moeder.
3
Dat God, de Almachtige, je mag zegenen en je zo vruchtbaar en talrijk mag maken, dat er uit jou vele volken zullen ontstaan.
4
Dat Hij jou en je nakomelingen mag zegenen met de zegen die Hij Abraham gaf, zodat je het land in bezit zult krijgen waar je nu als vreemdeling rondtrekt, het land dat God aan Abraham heeft gegeven."
5
Zo stuurde Izaäk Jakob naar Paddan-Aram, naar Laban, de zoon van de Arameeër Betuel en de broer van Rebekka, de moeder van Ezau en Jakob.
6
Ezau merkte dat Izaäk Jakob met een zegen naar Paddan-Aram had gestuurd om daar een vrouw te zoeken, en dat hij hem had gezegd, toen hij hem zegende, geen Kanaänitisch meisje te trouwen,
7
en dat Jakob aan het verzoek van zijn vader en moeder gehoor gegeven had en naar Paddan-Aram was vertrokken.
8
Ezau begreep dat zijn vader de Kanaänitische vrouwen afkeurde.
9
Daarom ging hij naar [zijn oom] Ismaël, de zoon van Abraham, en nam Ismaëls dochter Mahalat er als vrouw bij. Zij was de zus van Nebajot.
10
Jakob vertrok uit Berseba en ging op weg naar Haran.
11
Toen het avond werd, overnachtte hij op de plek die hij bereikt had, want de zon was al ondergegaan. Hij nam een van de stenen van die plek en legde hem als kussen onder zijn hoofd. Zo ging hij daar slapen.
12
En hij kreeg een droom. Hij zag opeens op de aarde een ladder staan waarvan de top tot in de hemel reikte. Daarlangs klommen de engelen van God omhoog en omlaag.
13
Bovenaan de ladder zag hij de Heer*** staan, die zei: "Ik ben de Heer***, de God van je voorvader Abraham en de God van Izaäk. Dit land waarop jij nu ligt te slapen zal Ik aan jou en je nakomelingen geven.
14
En je nageslacht zal zo talrijk als het stof van de aarde zijn. Het zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, het noorden en het zuiden. En in jou en je nageslacht zullen alle generaties op aarde gezegend zijn.
15
Zie, Ik ben met je. Ik zal je beschermen, waar je ook gaat. En Ik zal je terugbrengen naar dit land hier, want Ik zal je niet verlaten tot Ik heb gedaan wat Ik je gezegd heb."
16
Toen werd Jakob wakker en hij zei: "Werkelijk, de Heer*** is op deze plek en ik wist het niet!"
17
Hij was vol ontzag en zei: "Wat is dit een ontzagwekkende plek! Dit is niet minder dan het huis van God, de poort van de hemel!"
18
De volgende morgen nam Jakob de steen die als kussen onder zijn hoofd gelegen had, zette die als gedenkteken overeind en goot er olie over uit.
19
Hij noemde de plaats Bet-El, maar eerst heette die stad Luz.
20
Jakob deed een gelofte: "Als God met mij zal zijn, mij onderweg beschermt en mij voedsel geeft om te eten en kleren om aan te trekken,
21
en als ik veilig terugkeer bij mijn vaders familie, dan zal de Heer*** mijn God zijn.
22
En dan zal deze steen die ik hier als gedenkteken overeind heb gezet, een huis van God zijn. En van alles wat U mij geeft, zal ik U een tiende deel geven."
← Chapter 27
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 29 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50