bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Hosea 1
Hosea 1
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 2 →
1
Het woord van de Heer*** dat tot Hosea kwam, de zoon van Beëri, tijdens de regering van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia, koningen van Juda, en de regering van Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van Israël.
2
Dit is het eerste wat de Heer*** door Hosea sprak. De Heer*** zei tegen Hosea: "Ga, trouw een overspelige vrouw en neem de kinderen aan die uit haar overspel geboren worden. Want het land is voortdurend overspelig en heeft de Heer*** verlaten."
3
Daarom trouwde hij met Gomer, een dochter van Diblaïm. Ze werd zwanger en schonk hem een zoon.
4
De Heer*** zei tegen hem: "Noem hem Jizreël, want binnen korte tijd zal Ik het huis van Jehu de gevolgen laten dragen van alle bloedschuld in Jizreël en zal Ik een einde maken aan het koninkrijk Israël.
5
In die tijd zal Ik Israëls boog breken in het dal van Jizreël."
6
Gomer werd opnieuw zwanger en kreeg een dochter. De Heer*** zei tegen Hosea: "Noem haar Lo-Ruchama, Geen Ontferming, want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis van Israël, maar Ik zal hen wegvoeren.
7
Echter, over het huis van Juda zal Ik Mij ontfermen en Ik zal hen redden door hun Heer*** God. Ik zal hen niet redden door boog of zwaard, door strijd, door paarden of ruiters.
8
Toen Lo-Ruchama niet langer borstvoeding kreeg, werd Gomer zwanger en kreeg een zoon.
9
De Heer*** zei: "Noem hem Lo-Ammi, Niet Mijn Volk, want jullie zijn mijn volk niet meer, en Ik ben niet meer van jullie.
10
Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand langs de zee, dat niet gemeten of geteld kan worden. En op dezelfde plaats waar tegen hen gezegd werd: 'Jullie zijn mijn volk niet,' zal tegen hen gezegd worden: 'Kinderen van de levende God.'
11
Dan zullen de Judeeërs en de Israëlieten bijeengebracht worden en één hoofd over zich aanstellen. Ze zullen samen opkomen uit het land, want de dag van Jizreël zal een grote dag zijn.
12
Zeg tegen de mannen van je volksgenoten: Ammi, Mijn Volk, en tegen de vrouwen: Ruchama, Ontferming."
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 2 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14