bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Hosea 8
Hosea 8
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 7
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 9 →
1
"De ramshoorn aan de mond! Een arend [hangt] boven het huis van de Heer***, omdat ze mijn verbond hebben verbroken en tegen mijn Wet in opstand zijn gekomen.
2
Ze roepen tot Mij: 'Mijn God! Wij, Israël, kennen U toch?'
3
Maar Israël heeft het goede afgewezen, daarom zal de vijand hem achtervolgen.
4
Ze hebben koningen aangesteld, maar buiten Mij om. Ze hebben leiders benoemd, maar zonder mijn toestemming. Van hun zilver en goud hebben ze zich afgoden gemaakt – dat is hun ondergang.
5
Doe je stierkalf weg, Samaria! Mijn toorn is tegen hen ontbrand. Hoelang zullen ze niet tot reinheid in staat zijn?
6
Het is door Israël gemaakt, het werk van een handwerksman is het – het is niet God. Maar het zal verbrijzeld worden, dat stierkalf van Samaria!
7
Want ze zaaien wind en zullen storm oogsten. Het graan op de akkers heeft geen aren, het levert geen meel op. En als het al meel oplevert, zal dat door vreemden worden verslonden.
8
Israël is verslonden; nu zijn ze onder de volken als een voorwerp waar niemand nog om geeft.
9
Want ze gingen naar Assur, als een wilde ezel die alleen rondzwerft. Efraïm verkocht zich aan minnaars.
10
Maar hoewel ze zich aan de volken verkochten, zal Ik die nu [tegen hen] verzamelen en spoedig zullen ze kreunen onder de druk van de machtige koning.
11
Efraïm breidde voor zijn zonde het aantal altaren sterk uit, en die altaren brachten hem tot zonde.
12
Al schreef Ik hem de voortreffelijkheden van mijn Wet voor, hij beschouwde hem als iets vreemds.
13
Ze brengen wel de offers die Mij toekomen en ze eten het vlees, maar de Heer*** aanvaardt ze niet. Nu zal Hij hun al hun wandaden toerekenen en hen de gevolgen laten dragen van hun zonden: ze zullen naar Egypte terugkeren.
14
Want Israël is zijn Maker vergeten en heeft tempels gebouwd, Juda bouwde vele versterkte steden. Maar Ik zal vuur werpen in zijn steden en het zal zijn burchten verbranden."
← Chapter 7
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 9 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14