bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Hosea 9
Hosea 9
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 10 →
1
"Israël, vier maar niet zo uitbundig feest als de andere volken! Want je hebt overspelig je God verlaten en verkoopt jezelf graag op elke dorsvloer waar graan wordt gedorst.
2
De dorsvloer en de wijnpers zullen hen niet voeden, de druivenoogst zal mislukken.
3
Ze zullen niet in het land van de Heer*** blijven, maar Efraïm zal naar Egypte terugkeren. In Assur zullen ze onrein voedsel eten.
4
Ze zullen de Heer*** geen wijnoffers brengen en hun offers zullen Hem niet aangenaam zijn. Ze zijn voor hen als rouwbrood: wie het eet, wordt onrein. Daarom zal hun voedsel voor henzelf zijn. Het zal niet in het huis van de Heer*** komen.
5
En wat zullen jullie doen op een van de voorgeschreven feesten, op een feestdag van de Heer***?
6
Want zie, ze ontkomen wel aan de vernietiging, maar Egypte zal hen verzamelen, Nof zal hen begraven. Ze verlangen naar hun zilver, maar doornstruiken zullen hun bezit zijn, distels zullen hun woningen vullen.
7
De tijd van de afrekening is gekomen, de tijd van vergelding breekt aan. Israël zal het weten! De profeet wordt voor een dwaas uitgemaakt, een geestelijk mens voor een gek, want vanwege jullie grote zonde is de vijandschap groot.
8
Hij die met mijn God over Efraïm de wacht houdt, de profeet, is overal waar hij gaat een strik van een vogelvanger, gehaat in het huis van zijn goden.
9
Ze zijn diep verdorven, zoals in de tijd van Gibea. Hij zal hun al hun wandaden toerekenen, Hij zal hen de gevolgen van hun zonden laten dragen.
10
Als druiven in de woestijn, zo vond Ik Israël; Ik zag jullie voorouders als de eerste vijgen van het seizoen. Maar ze liepen naar Baäl-Peor, wijdden zich toe aan schande en werden daarmee net zo walgelijk als dat wat ze liefhadden.
11
Wat Efraïm betreft: zijn glorie zal wegvliegen als een vogel – geen geboorte, geen zwangerschap, geen bevruchting meer.
12
En zelfs al brengen ze kinderen groot, Ik zal hen daarvan beroven, tot er geen mens nog over is. Want wee hun, wanneer Ik hen heb verlaten!
13
Ik zag Efraïm geplant op een aangename plek, net als Tyrus, maar nu zal Efraïm zijn kinderen moeten uitleveren aan de slachter."
14
– "Geef hun, Heer***,… Maar wat moet U geven? Geef dat hun baarmoeders miskramen hebben en dat hun borsten verdrogen!"
15
"Hun gehele slechtheid bleek in Gilgal, daar begon Ik hen te haten om hun wandaden. Daarom zal Ik hen uit mijn huis verdrijven, Ik zal niet langer van hen houden. Al hun leiders zijn opstandig tegen Mij.
16
Efraïm is ziek, hun wortel is verdroogd, ze zullen geen vrucht dragen. Ja, zelfs wanneer ze nakomelingen krijgen, zal Ik de lievelingen van hun schoot doden."
17
– "Mijn God zal hen verwerpen, omdat ze niet naar Hem luisteren. Ze zullen rondzwerven onder de volken."
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 10 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14