bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Hosea 5
Hosea 5
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 4
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 6 →
1
"Luister nu, priesters! Let op, huis van Israël! Zet je oren open, koningshuis! Want dit oordeel betreft jullie, omdat jullie een strik zijn in Mizpa, een uitgespannen net op de Tabor.
2
Met hun bloedbaden zijn de opstandigen diep gezonken. Maar Ik zal hen allemaal straffen.
3
Ik ken Efraïm, Israël is niet voor Mij verborgen. Nu jij, Efraïm, ontucht pleegt, is Israël onrein geworden.
4
Hun daden beletten hun zich tot hun God te bekeren, want de geest van ontucht woont onder hen en de Heer*** kennen ze niet.
5
Israëls hoogmoed getuigt openlijk tegen hem, en Israël en Efraïm zullen ten val komen door het kwaad dat zij doen. En met hen zal ook Juda vallen.
6
Met hun schapen en runderen begeven ze zich naar de Heer*** om Hem te zoeken, maar ze zullen Hem niet vinden: Hij heeft Zich van hen teruggetrokken.
7
Ze zijn ontrouw geweest aan de Heer***, want de kinderen die zij kregen, zijn vreemdelingen. Nu zal een nieuwemaan hen en hun velden verslinden."
8
"Blaas de ramshoorn in Gibea, de bazuin in Rama! Sla alarm in Bet-Aven! Ze komen eraan, Benjamin!
9
Op de dag van de straf zal Efraïm verwoest worden. Wat Ik de stammen van Israël bekendmaak, staat vast.
10
De leiders van Juda zijn als degenen die grenspalen verzetten. Daarom zal Ik mijn woede als water over hen uitstorten.
11
Efraïm wordt verdrukt, hij wordt verpletterd onder het oordeel, omdat hij besloot [menselijke] voorschriften na te volgen.
12
Daarom was Ik voor Efraïm als een mot, als rot voor het huis van Juda.
13
Toen Efraïm zag hoe ziek hij was, en Juda zijn zwerende wond zag, wendde Efraïm zich om hulp tot koning Jareb van Assur. Maar hij kan jullie niet genezen, hij kan jullie zwerende wond niet helen.
14
Want Ik ben voor Efraïm als een leeuw, als een sterke leeuw voor het huis van Juda. Ik, ja, Ik zal verscheuren en weggaan, Ik zal wegvoeren en er zal geen redder zijn.
15
Ik zal vertrekken en naar mijn plaats terugkeren, totdat zij hun schuld erkennen en mijn tegenwoordigheid weer zoeken." "Wanneer ze in nood zijn, zullen ze Mij ijverig zoeken:
← Chapter 4
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 6 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14