bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Job 12
Job 12
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 13 →
1
Maar Job antwoordde:
2
Ja, jullie zijn nog eens geweldige mensen! Met jullie sterft de wijsheid uit!
3
Maar ik heb ook verstand, ik doe beslist niet voor jullie onder. Deze gedachten – wie kent ze niet?
4
Ik word bespot door mijn eigen vrienden, omdat ik het uitroep tot God – en Hij antwoordt mij. Ieder mens die rechtvaardig en zuiver leeft, wordt bespot.
5
Wie rampspoed overkomt, verdient verachting – zo denkt degene die zelf zonder zorgen is. Wie wankelt, wordt door hem weggestoten.
6
Maar de woningen van geweldplegers hebben rust, wie God tergen zijn veilig, doordat Gods hand hun dat toebedeelt.
7
Maar vraag het aan de dieren, ze zullen jullie onderwijzen. Vraag het aan de vogels, ze zullen het jullie laten weten.
8
Of vraag het aan de aarde, zij zal jullie inlichten. Ook de vissen in de zee zullen het jullie vertellen.
9
Wie weet van al deze dingen niet dat de hand van de Heer*** ze doet?
10
In zijn handen ligt het leven van ieder schepsel, de geest van elke sterveling.
11
Proeven oren niet de woorden, zoals de mond het voedsel proeft?
12
Wijsheid wordt bij de alleroudsten gevonden. Inzicht ontstaat door een lang leven.
13
Bij Hem is wijsheid en macht, bij Hem berusten overleg en inzicht.
14
Wat Hij afbreekt, wordt niet meer herbouwd. Wie Hij opsluit, wordt niet bevrijd.
15
Als Hij de regen tegenhoudt, heerst er droogte. Als Hij de slagregens zendt, overspoelen ze de aarde.
16
Bij Hem is kracht en wijsheid. Wie dwalen en wie doen dwalen zijn beiden van Hem.
17
Raadsheren stuurt Hij berooid weg, rechters maakt Hij tot dwazen.
18
Wie door koningen gevangen zijn gezet, bevrijdt Hij, de koningen doet Hij de boeien om.
19
Leiders stuurt Hij in armoede weg, machtigen brengt Hij ten onder.
20
Raadgevers legt Hij het zwijgen op, ouderen ontneemt Hij het inzicht.
21
Edelen overlaadt Hij met schande, machtige krijgshelden ontwapent Hij.
22
Hij legt de geheimen van de duisternis bloot, de diepste duisternis brengt Hij in het licht.
23
Hij maakt volken groot en brengt ze ten onder, Hij maakt volken machtig en voert hen weg.
24
Leiders berooft Hij van hun verstand, zodat ze ronddwalen in verlaten oorden.
25
Ze tasten rond in het duister, zonder licht, Hij laat hen ronddolen als beschonkenen.
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 13 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42