bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Job 27
Job 27
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 26
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 28 →
1
En Job ging verder:
2
Zo waar God leeft, die mij mijn recht heeft onthouden, de Almachtige, die mij bitter leed heeft aangedaan:
3
zolang er nog lucht is in mijn longen, en de adem van God nog in mijn neus,
4
zullen mijn lippen geen onwaarheden spreken, en zal mijn tong geen leugens uiten.
5
Ik ga jullie beslist geen gelijk geven, tot mijn laatste adem zal ik volhouden dat ik onschuldig ben.
6
Ik blijf volhouden dat ik rechtvaardig ben en zal blijven. Ik zal een zuiver geweten hebben over elke dag die ik leef.
7
Laat het mijn vijand vergaan als de goddeloze, wie zich tegen mij keert als de onrechtvaardige.
8
Want wat heeft de goddeloze van zijn hebzucht te verwachten, als God plotseling zijn leven wegneemt?
9
Zal God naar zijn hulpgeroep luisteren, wanneer hij door rampspoed getroffen wordt?
10
Zal hij opeens naar God verlangen? Zal hij voortaan God aanroepen?
11
Ik zal jullie vertellen over de hand van God, wat de Almachtige voorheeft zal ik niet voor jullie verbergen.
12
Jullie hebben het immers zelf gezien? Waartoe dienen dan al jullie loze woorden?
13
Dit is wat God toebedeelt aan de goddeloze, dit is wat een meedogenloos mens van de Almachtige ontvangen zal:
14
al krijgt hij nog zoveel kinderen, ze zijn voor het zwaard. Zijn nakomelingen zullen nooit genoeg te eten hebben.
15
Wie hem overleven gaan dood aan de pest, zonder dat hun weduwen over hun dood huilen.
16
Al heeft hij zilver opgehoopt als stof, en heeft hij kleding verzameld alsof het klei was –
17
hij hoopt het wel op, maar de rechtvaardige zal zijn kleren dragen, de onschuldigen zullen zijn zilver verdelen.
18
Het huis dat hij bouwt, blijkt zo broos als een mot, zo gammel als de hut van iemand die de wacht houdt.
19
Rijk gaat hij slapen, maar daarna nooit meer: wanneer hij zijn ogen opent, is alles verdwenen.
20
Verschrikkingen slaan als een vloedgolf over hem heen. Door een nachtelijke stormwind wordt hij weggesleurd.
21
De oostenwind voert hem mee – en daar gaat hij, door de storm wordt hij van zijn plaats weggerukt.
22
Zonder medelijden stort God dit over hem uit. Haastig slaat hij voor Gods hand op de vlucht.
23
De mensen joelen over zijn ellende, waar hij woonde fluiten ze hem uit.
← Chapter 26
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 28 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42