bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
/
Job 39
Job 39
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
← Chapter 38
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 40 →
1
Kent gij de tijd, waarop de gemzen springen, Neemt gij het jongen der hinden waar;
2
Telt gij de maanden van haar dracht, Bepaalt gij de dag, dat zij werpen?
3
Ze krommen zich, drijven haar jongen uit, En haar weeën zijn heen;
4
Haar jongen worden sterk, groeien op in de steppe, Lopen weg, en keren niet tot haar terug!
5
Wie heeft den woudezel in vrijheid gelaten, Wie dien wilde de boeien geslaakt,
6
Hem, wien Ik de woestijn tot woning gaf, De zilte steppe tot verblijf;
7
Die spot met het lawaai van de stad, Die zich niet stoort aan het razen der drijvers;
8
Die de bergen als zijn weide doorsnuffelt, En naar al wat groen is, neust.
9
Wil de woudos ù dienen, Aan ùw krib overnachten;
10
Slaat gij een touw om zijn nek, Egt hij de voren achter ú?
11
Vertrouwt ge op hem om zijn geweldige kracht, Laat ge aan hem uw arbeid over;
12
Rekent ge op hem, om uw oogst te gaan halen, En uw graan op uw dorsvloer te brengen?
13
Vrolijk klapwiekt de struis, De moeder van kostbare veren en pennen,
14
Maar die haar eieren stopt in de grond, En ze uitbroeien laat op het zand.
15
Ze vergeet, dat een voet ze vertrappen kan, Dat de wilde beesten ze kunnen verpletteren;
16
Ze is hard voor haar jongen, alsof het de hare niet zijn, Het deert haar niet, al is haar moeite vergeefs:
17
Want God heeft haar de wijsheid onthouden, Geen verstand haar geschonken.
18
Toch rent ze weg, zodra de boogschutters komen, En spot met het paard en zijn ruiter!
19
Geeft gij het paard zijn heldenmoed, Hebt gij zijn nek met kracht bekleed;
20
Laat gij als een sprinkhaan het springen, Laat gij het hinniken, geweldig en fier?
21
Het draaft door het dal, het juicht in zijn kracht, En stormt op de wapenen aan;
22
Het spot met angst, wordt nimmer vervaard, En deinst niet terug voor het zwaard.
23
Boven op zijn rug rammelt de koker met pijlen, Bliksemt de lans en de speer;
24
Ongeduldig, onstuimig verslindt het de bodem, Niet meer te temmen, als de bazuinen weerschallen.
25
Bij iedere trompetstoot roept het: Hoera! Van verre reeds snuift het de strijd, De donderende stem van de leiders, Het schreeuwen der krijgers!
26
Stijgt de sperwer op door uw beleid, En slaat hij zijn vleugels uit naar het zuiden?
27
Neemt op uw bevel de gier zijn vlucht, En bouwt hij zijn nest in de hoogte?
28
Hij woont en nestelt op rotsen, Op steile en ontoegankelijke klippen;
29
Van daar beloert hij zijn prooi, Uit de verte spieden zijn ogen.
30
Zijn jongen slurpen bloed, Waar lijken liggen, hij is er terstond!
31
Nu vervolgde Jahweh tot Job, en sprak:
32
Zal nu de bediller van den Almachtige zwijgen; Of weet de vitter op God hier nog antwoord op?
33
Maar Job antwoordde Jahweh, en sprak:
34
Ik ben lichtzinnig geweest: Wat zou ik hierop kunnen zeggen; Ik leg mijn hand op mijn mond.
35
Ik heb eens gesproken, maar doe het niet weer; Tweemaal, maar ik begin niet opnieuw!
← Chapter 38
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 40 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
Aanbevolen literatuur
Commentaar
Commentaren op Job
→
Dagboek
Dagboek Job
→
Deze Bijbel
Studiebijbel (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, )
→