bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Job 12
Job 12
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 13 →
1
Daarop antwoordde Job:
2
"Werkelijk, jullie hebben de wijsheid in pacht! Wanneer jullie sterven, zal het gedaan zijn met de wijsheid!
3
Maar ik weet ook wel het een en ander; ik ben echt niet minder dan jullie. De dingen die jullie hebben gezegd, zijn zo algemeen dat iedereen mij die wel kan vertellen.
4
Ik, de man die door God werd verhoord wanneer ik om hulp smeekte, ben belachelijk geworden in de ogen van mijn vrienden. Ze bespotten mij nu, mij, een rechtvaardig mens!
5
Zij die in welvaart leven, maken degenen belachelijk die maar net het hoofd boven water kunnen houden.
6
De tenten van de rovers worden met rust gelaten en zij die God uitdagen, menen Hem de wet te kunnen voorschrijven.
7
Vraag het maar aan de dieren, zij zullen het jullie wel leren; vraag het de vogels, zij zullen het jullie vertellen; of laat de aarde het vertellen of de vissen uit de zee. Zij allen erkennen dat de HERE alles zo heeft gemaakt.
10
Want het leven van elk levend wezen is in de hand van God, ook de adem van iedere sterveling.
11
Net zoals mijn mond kan proeven of het eten lekker is, zo kunnen mijn oren bepalen wat de waarheid is als ik die hoor.
12
Oude mensen zijn wijs en een lang leven geeft wijsheid, zegt men.
13
Maar alleen God heeft de ware wijsheid en de kracht. Alleen bij Hem kunnen we terecht voor raad; Hij begrijpt het.
14
Hoe groot is Zijn macht! Wat Hij vernietigt, kan niet worden herbouwd. Als Hij een mens opsluit, is er geen kans op vrijlating.
15
Als Hij de regen tegenhoudt, wordt de aarde een woestijn; laat Hij de regenstromen los, dan wordt de grond overstroomd!
16
Ja, van Hem is de kracht en de overwinning! Misleiders en zij die worden misleid, zijn beiden Zijn slaven.
17
Hij maakt adviseurs en rechters tot dwazen.
18
Hij vernedert koningen tot slaven en bevrijdt hun dienaren.
19
Priesters voert Hij als slaven weg; Hij werpt de machtigen omver.
20
Hij snoert betrouwbare adviseurs de mond en berooft de leiders van hun inzicht.
21
Hij giet smaad uit over edelen en maakt de sterken zwak.
22
Hij legt de geheimen van de diepe duisternis bloot en verjaagt het licht met donkere schaduwen.
23
Hij laat volken opkomen en vernietigt ze dan weer. Hij maakt ze groot om ze vervolgens weer tot niets terug te brengen.
24
Het verstand van de machthebbers van de aarde neemt Hij weg om hen struikelend en rondtastend te laten dwalen in een duisternis, waar geen licht doorheen dringt."
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 13 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42