bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Job 29
Job 29
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 28
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 30 →
1
Job vervolgde:
2
"Och, was het nog maar zoals in vroeger jaren, toen God mij behoedde,
3
toen Hij de weg voor mij verlichtte en ik veilig door het donker kon lopen.
4
Ja, zoals in mijn jongere jaren, toen in mijn huis de vertrouwelijke omgang met God voelbaar was,
5
toen de Almachtige nog dicht bij mij was en ik mijn kinderen om mij heen had;
6
toen mijn zaken goed liepen en er room in overvloed was en de rots stromen olijfolie voor mij leverde!
7
In die tijd liep ik nog naar de stadspoort en nam daar mijn plaats in tussen de gerespecteerde leiders.
8
De jongeren zagen mij en deden een stap opzij en zelfs de ouderen gingen uit eerbied voor mij staan.
9
Vooraanstaande mensen stonden er zwijgend bij en namen aan wat ik zei.
10
Zelfs de hoogste ambtenaren in de stad bewaarden het stilzwijgen.
11
Allen luisterden graag naar wat ik zei. Ieder die mij zag, sprak goed van mij.
12
Want ik hielp als eerlijke rechter (A) de armen in hun nood en de vaderloze kinderen, die verder niemand hadden om hen te helpen.
13
Ik hielp mannen die op het punt stonden te sterven en zij zegenden mij. Het hart van menige weduwe liet ik weer zingen van vreugde.
14
Alles wat ik deed, was oprecht en eerlijk, want ik hulde mij in rechtvaardigheid!
15
Ik diende als ogen voor de blinde en als voeten voor de verlamde.
16
Ik was als een vader voor de armen en ik zorgde ervoor dat ook vreemdelingen op een eerlijke manier werden berecht.
17
Ik sloeg de slagtanden van goddeloze onderdrukkers uit en dwong hen hun slachtoffers met rust te laten.
18
Ik dacht: 'Ik sterf vast en zeker een rustige dood in mijn eigen vertrouwde omgeving, na een lang en goed leven.
19
De dauw zal de hele nacht op mijn takken liggen en ze voorzien van water.
20
Steeds opnieuw zal men mij lof toezwaaien en steeds weer zal ik nieuwe energie ontvangen om met gemak mijn boog te spannen.'
21
Iedereen luisterde naar mij en stelde prijs op mijn advies. Als ik sprak, zweeg ieder ander.
22
Als ik was uitgesproken, zeiden zij niets meer, want mijn woorden bevredigden hen.
23
Zij verlangden naar mijn uitspraken, zoals mensen in de droge tijd naar regen verlangen. Met open mond vingen zij mijn woorden op als waren die een lenteregen.
24
Als zij de moed lieten zakken, lachte ik hen toe en dat gaf hun weer nieuwe moed. Mijn opgewektheid betekende veel voor hen.
25
Ik vertelde hun wat zij moesten doen en trad onder hen op als leider, als een koning die zijn leger bevelen geeft en als iemand die de rouwenden troost."
← Chapter 28
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 30 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42