bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Numbers 1
Numbers 1
Dutch 2007 (HTB)
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 2 →
1
Op de eerste dag van de tweede maand in het tweede jaar na de uittocht uit Egypte, terwijl Mozes zich bevond in de tabernakel in het kamp van Israël in de woestijn op het schiereiland Sinaï, gaf de HERE hem de volgende opdracht:
2
"Houd een telling onder de mannen van twintig jaar en ouder, die geschikt zijn om in het leger van Israël te vechten, ingedeeld naar hun stammen en families. U en Aäron hebben de leiding van de telling en één man uit elke stam zal u assisteren:
5
Voor de stam Ruben: Elizur, zoon van Sedeür.
6
Voor de stam Simeon: Selumiël, zoon van Zurisaddai.
7
Voor de stam Juda: Nahesson, zoon van Amminadab.
8
Voor de stam Issaschar: Nethaneël, zoon van Zuar.
9
Voor de stam Zebulon: Eliab, zoon van Helon.
10
Voor de stam Efraïm, zoon van Jozef: Elisama, zoon van Ammihud. Voor de stam Manasse, zoon van Jozef: Gamaliël, zoon van Pedazur.
11
Voor de stam Benjamin: Abidan, zoon van Gideoni.
12
Voor de stam Dan: Ahiëzer, zoon van Ammisaddai.
13
Voor de stam Aser: Pagiël, zoon van Ochran.
14
Voor de stam Gad: Eljasaf, zoon van Rehuël.
15
Voor de stam Naftali: Ahira, zoon van Enan.
16
Dit zijn de leiders van de stammen, die uit het volk werden gekozen.
17
Diezelfde dag nog riepen Mozes, Aäron en de bovengenoemde leiders alle mannen van twintig jaar en ouder bijeen om zich te laten tellen. De mannen stelden zich op volgens stam en familie, zoals de HERE Mozes had opgedragen, en hij telde hen.
20
Hier volgt het resultaat van de telling: De stam Ruben: 46.500;
22
de stam Simeon: 59.300;
24
de stam Gad: 45.650;
26
de stam Juda: 74.600;
28
de stam Issaschar: 54.400;
30
de stam Zebulon: 57.400;
32
de stam Efraïm (zoon van Jozef): 40.500;
34
de stam Manasse (zoon van Jozef): 32.200;
36
de stam Benjamin: 35.400;
38
de stam Dan: 62.700;
40
de stam Aser: 41.500;
42
de stam Naftali: 53.400;
44
totaal: 603.550.
47
Bij dit totaal zijn de Levieten niet inbegrepen, want de HERE had tegen Mozes gezegd: "Houd de stam Levi apart en tel hun aantal niet,
50
want zij zijn aangewezen voor het werk in de tabernakel en zorgen ook voor de verplaatsing ervan. Zij moeten dicht bij de tabernakel wonen
51
en als hij moet worden verplaatst, moeten de Levieten hem afbreken en weer opbouwen. Iemand anders die de tabernakel aanraakt, moet ter dood worden gebracht.
52
Elke stam van Israël zal een eigen plaats in het kamp hebben met een eigen banier.
53
De tenten van de Levieten zullen rondom de tabernakel worden gegroepeerd als een muur tussen het volk Israël en Gods grote toorn, om hen te beschermen tegen Zijn vreselijke toorn over hun zonden."
54
Zo werden de opdrachten die de HERE Mozes had gegeven, uitgevoerd.
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 2 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36