bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Numbers 12
Numbers 12
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 13 →
1
Op een dag spraken Mirjam en Aäron er Mozes op aan dat hij met een Ethiopische vrouw was getrouwd.
2
Zij zeiden: "Heeft de HERE soms alleen via Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet via ons gesproken?" De HERE hoorde dat.
3
Mozes was echter de zachtmoedigste man op aarde.
4
Onmiddellijk ontbood de HERE Mozes, Aäron en Mirjam in de tabernakel: "Kom hier, jullie drieën", was Zijn bevel. Zo stonden zij daar voor de HERE.
5
Toen daalde de HERE neer in de wolk en stond bij de ingang van de tabernakel. "Aäron en Mirjam, doe een stap naar voren", beval Hij; zij deden een stap naar voren.
6
De HERE zei: "Luister naar wat Ik u zeg: Met een profeet zou Ik alleen spreken door middel van visioenen en dromen,
7
maar zo spreek Ik niet met mijn dienaar Mozes. Hij is trouw in alles wat mijn huis aangaat. Ik spreek persoonlijk met hem. Hij ziet de gestalte van God! Hoe hebben jullie het gedurfd kritiek te hebben op mijn knecht Mozes?"
9
Toen richtte de toorn van de HERE zich tegen hen en Hij verliet hen.
10
Terwijl de wolk boven de tabernakel wegtrok, werd Mirjam plotseling helemaal wit van de melaatsheid. Toen Aäron zag wat er was gebeurd,
11
riep hij smekend naar Mozes: "Och heer, straf ons niet voor onze zonde; het was dwaas van ons zoiets te doen.
12
Laat haar toch niet zijn als een doodgeborene, van wie het vlees al half is weggerot bij de geboorte."
13
Mozes riep naar de HERE: "O, God, genees haar toch! Ik smeek het U!"
14
De HERE zei tegen Mozes: "Als haar vader haar in het gezicht had gespuugd, zou zij zich dan niet zeven dagen lang schamen en haar vader niet onder ogen komen? Sluit haar zeven dagen buiten het kamp, daarna kan zij weer terugkomen."
15
Zo werd Mirjam zeven dagen uit het kamp verstoten en het volk wachtte op het einde van die periode voordat het verder trok.
16
Daarna verlieten zij Hazeroth en sloegen hun kamp op in de Paran-woestijn.
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 13 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36