bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Numbers 2
Numbers 2
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 3 →
1
De HERE zei tegen Mozes en Aäron:
2
"Elke stam heeft zijn eigen plaats in het kamp met een vlaggestok en een stambanier. Elke stam zal zich op een afstand rond de tabernakel groeperen."
3
Dit zijn de plaatsen waar elke stam in het kamp verbleef: De stam Juda: 74.600 personen, onder leiding van Nahesson, zoon van Amminadab: oostkant van de tabernakel.
5
De stam Issaschar: 54.400 personen, onder leiding van Nethaneël, zoon van Zuar: naast Juda.
7
De stam Zebulon: 57.400 personen, onder leiding van Eliab, zoon van Helon: naast Issaschar.
9
Zo kwam het aantal mannen aan Juda's kant van het kamp op 186.400. Deze drie stammen gingen voorop wanneer de Israëlieten naar een nieuwe kampplaats trokken.
10
De stam Ruben: 46.500 personen, onder leiding van Elizur, zoon van Sedeür: zuidkant van de tabernakel.
12
De stam Simeon: 59.300 personen, onder leiding van Selumiël, zoon van Zurisaddai: naast Ruben.
14
De stam Gad: 45.650 personen, onder leiding van Eljasaf, zoon van Rehuël, naast Simeon.
16
In totaal bevonden zich 151.450 mannen aan Rubens kant van het kamp. Zij vormden de tweede groep wanneer de Israëlieten opbraken.
17
Achter hen kwam de tabernakel met de Levieten. Tijdens de dagmarsen bleef elke stam rond zijn eigen stambanier verzameld, net als in het kamp.
18
De stam Efraïm: 40.500 personen, onder leiding van Elisama, zoon van Ammihud: westkant van de tabernakel.
20
De stam Manasse: 32.200 personen, onder leiding van Gamaliël, zoon van Pedazur: naast Efraïm.
22
De stam Benjamin: 35.400 personen, onder leiding van Abidan, zoon van Gideoni: naast Manasse.
24
Zo kwam het aantal mannen aan Efraïms kant van het kamp op 108.100. Zij liepen tijdens de mars achter de tabernakel en de Levieten.
25
De stam Dan: 62.700 personen, onder leiding van Ahiëzer, zoon van Ammisaddai: noordkant van de tabernakel.
27
De stam Aser: 41.500 personen, onder leiding van Pagiël, zoon van Ochran: naast Dan.
29
De stam Naftali: 53.400 personen, onder leiding van Ahira, zoon van Enan: naast Aser.
31
Het aantal mannen aan Dans kant van het kamp bedroeg 157.600. Zij braken het laatst op en vormden de achterhoede.
32
In totaal bestonden de legergroepen van Israël dus uit 2:603.550 mannen. Hierbij waren de Levieten niet inbegrepen. Zij waren door de opdracht die de HERE aan Mozes had gegeven, apart gehouden.
34
Zo voerden de Israëlieten nauwkeurig de opdracht uit, die de HERE hun had gegeven en deelden hun kampen in; elke stam rond de eigen stambanier, op de plaatsen die de HERE Mozes had aangeduid.
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 3 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36