bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Psalms 106
Psalms 106
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
1
Hallelujah! Prijs de HERE. Hij is een goede God, want Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.
2
Zou er iemand zijn die alle goede daden van de HERE kan omschrijven? Die Hem alle eer kan brengen waarop Hij recht heeft?
3
Gelukkig zijn de mensen die rechtvaardig leven; die altijd eerlijk en oprecht optreden.
4
Denk toch aan mij, HERE. U houdt immers van Uw volk? Red mij!
5
Dan zal ik alle zegeningen die U voor Uw volk hebt weggelegd, ook mogen zien. Dan kan ik mij met Uw volk verheugen en dankbaar zijn met het land dat U ons hebt gegeven.
6
Net als onze voorouders hebben wij heel erg gezondigd. Wij hebben niet geleefd en gehandeld volgens Uw wil.
7
Onze voorouders in Egypte hechtten geen waarde aan Uw wonderen. Zij dachten niet aan de talloze zegeningen, waarmee U hen overlaadde. Integendeel, zij kwamen tegen U in opstand bij de Schelfzee.
8
God verloste hen echter toch, terwille van Zijn eigen naam. Zo werd Zijn grote kracht kenbaar.
9
Hij had de macht over die Schelfzee en maakte er een droge weg doorheen. Zo liepen zij door die watermassa alsof het een woestijn was.
10
God verloste Zijn volk uit de macht van hun vijanden.
11
Even later kwam de Schelfzee over hen heen: Er bleef bij de vijand geen mens in leven.
12
Toen pas geloofden zij Hem op Zijn woord; zij zongen lofliederen voor Hem.
13
Maar al gauw vergaten zij weer wat Hij allemaal had gedaan; zij vroegen God niet om raad.
14
Zij wilden afgoden gaan vereren in de woestijn en zo daagden zij God uit daar in die woestenij.
15
Zij kregen van Hem wat zij wilden, maar een deel van het volk kwam om.
16
In het kamp werden zij jaloers op Mozes en Aäron, die door de HERE waren uitgekozen.
17
De aarde ging open en Dathan werd verzwolgen; en met hem ook Abiram en degenen die met hem gezondigd hadden.
18
Het vuur verbrandde allen die God hadden getart.
19
Toen maakten zij bij de berg Horeb een gouden kalf; zij knielden ervoor neer alsof het een god was.
20
De Allerhoogste God ruilden zij in voor een beeld van een grasetende koe!
21
Zij vergaten God, Die hen uit Egypte had bevrijd en daarvoor grote wonderen had verricht,
22
al die prachtige wonderen in Egypte en bij de Schelfzee.
23
Op dat moment nam de HERE Zich voor hen te vernietigen. Maar Mozes, Zijn vriend, kwam voor hen tussenbeide en voorkwam het.
24
Het prachtige land waar zij naar toe gingen, schatten zij gering; zij geloofden niet wat God zei.
25
Zij mopperden in hun tenten en luisterden niet naar wat de HERE zei.
26
Toen werd Hij werkelijk toornig en zwoer een eed dat Hij hen allemaal in de woestijn zou laten sterven.
27
Ook hun nageslacht zou Hij uiteindelijk onder vreemde volken laten sterven; hen wegvoeren naar vreemde landen.
28
Toen zij Baäl-Peor gingen aanbidden en zelfs de offers van doden aten;
29
toen zij Hem uitdaagden en kwetsten door alles wat zij deden, brak een plaag uit.
30
Maar de priester Pinehas kwam naar voren, vond de schuldigen en strafte hen. Toen hield de plaag ook op.
31
Deze goede daad van hem is nooit vergeten; altijd zal God Zich dit blijven herinneren.
32
Bij het water van Mériba maakten de Israëlieten Hem opnieuw toornig. Door hun schuld ging Mozes ook zondigen.
33
Zij waren opstandig tegen de Geest van God en zonder nadenken sprak hij toen.
34
Ook roeiden zij de volken die in het land woonden, niet allemaal uit, hoewel de HERE dat toch duidelijk had bevolen.
35
Daarentegen lieten zij zich in met die heidense volken en namen dingen van hen over.
36
Zij dienden hun afgoden en dat werd uiteindelijk hun ondergang.
37
Hun zonen en dochters offerden zij aan de boze geesten.
38
Zo vloeide het onschuldige bloed van hun eigen kinderen. Zij offerden hen aan de afgoden van het land Kanaän en het land werd ontheiligd door deze bloedschuld.
39
Door alles wat zij deden, verontreinigden zij zich voor God. Door wat zij deden, pleegden zij overspel: Zij verlieten God en volgden de afgoden.
40
Toen brandde de toorn van de HERE tegen hen los. Hij walgde van Zijn volk en hun land.
41
Daarom gaf Hij hen over in de macht van vreemde volken; hun vijanden overheersten hen.
42
Zij zuchtten onder de verdrukking en overmacht van hun tegenstanders.
43
Zo redde God hen vele keren, maar zij bleven hun eigen weg gaan. Uiteindelijk was er geen redden meer aan.
44
Telkens echter als God hun onderdrukking zag en hun kermen hoorde,
45
herinnerde Hij Zich Zijn verbond met hen. Dat was in hun voordeel. Dan kreeg God, in Zijn grote goedheid en trouw, medelijden met hen.
46
Steeds vonden zij Hem en warmden zich aan Zijn liefde en vergeving. Hun ontvoerders stuurden hen zelfs weer terug naar hun land.
47
Bevrijd ons, HERE! U bent onze God. Breng ons weer bij elkaar uit alle landen waarheen wij zijn weggevoerd. Dan kunnen wij weer met elkaar Uw heilige naam prijzen en U alle eer brengen.
48
De HERE, de God van Israël, komt alle eer toe! Van eeuwigheid tot eeuwigheid! Laat het hele volk dat bevestigen en 'amen' zeggen. Prijs de HERE!
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150