bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Psalms 69
Psalms 69
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 68
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 70 →
1
Een lied van David voor de koordirigent. Te zingen op de wijs van: 'De Lelies'.
2
Bevrijd mij, o God, want het water stijgt mij naar de lippen.
3
Ik zak weg in het moeras en kan er niet staan. Ik sta in water waar ik de bodem niet kan voelen en het stroomt over mijn hoofd.
4
Ik ben moe van het roepen en mijn keel is schor. Mijn ogen zijn moe van het uitkijken naar mijn God.
5
De mensen die mij haten, zijn niet te tellen; het zijn er meer dan de haren op mijn hoofd. En er is geen reden voor hun haat. Mijn tegenstanders, die mij willen vernietigen, zijn zo machtig. Ik moet hun teruggeven, wat ik niet van hen heb geroofd.
6
O God, U kent mij, een klein en dwaas mens. U ziet al mijn zonden. Niets is voor U verborgen.
7
Laten Uw volgelingen niet door mij hun vertrouwen in U kwijtraken, Oppermachtige HERE; U die Heer bent over de hemelse legers. O God, laten de mensen die U zoeken, niet door mijn toedoen in U beschaamd worden.
8
Terwille van U verdraag ik de schande. Ik bedek mijn gezicht uit schaamte.
9
Mijn vrienden kennen mij niet meer en mijn broers herkennen mij niet.
10
Van mijzelf blijft niets over, omdat ik alles geef voor Uw zaak. De spot en hoon van hen die U haten, kwamen op mij terecht.
11
Ik huilde terwijl mijn hele hart zich op U richtte, maar het werd mij als schande aangerekend.
12
Ik trok rouwkleding aan, maar zij gebruikten mij als een spreekwoord.
13
De leiders van de stad praten met elkaar over mij en tijdens drinkgelagen drijven zij de spot met mij.
14
Maar ik zal op de juiste tijd tot U bidden, HERE; o God, geef mij Uw trouwe hulp als een antwoord daarop in Uw goedheid en liefde.
15
Trek mij uit dit moeras, voordat ik zink. Red mij van mijn haters en uit dit diepe water.
16
Zorg toch dat het water mij niet boven het hoofd stijgt; dat ik niet naar de bodem word getrokken en verdrink.
17
Geef mij antwoord, HERE, want ik weet hoe groot Uw goedheid en trouw zijn. Kom naar mij toe met Uw liefdevolle ontferming.
18
Verberg U niet voor mij; ik ben Uw dienaar en ik ben vreselijk bang. Antwoord mij toch snel!
19
Kom naar mij toe en bevrijd mij. Verlos mij, zodat mijn tegenstanders beschaamd staan.
20
U ziet toch hoe ik word bespot, hoe beschaamd ik ben en tot schande gemaakt. U weet precies wie mij dit allemaal aandoen.
21
De spot breekt mijn hart en ik ben nog maar heel zwak. Ik verwachtte medelijden te ontmoeten, maar vond het niet. Tevergeefs wachtte ik op iemand die mij troostte.
22
Zij gaven mij gif te eten en lieten mij, toen ik dorst had, azijn drinken.
23
Laat hun tafel een valstrik voor hen worden en hun tafelgenoten hen verraden.
24
Verslechter hun ogen, zodat zij niets meer kunnen zien; geef dat hun heupen verzwakken, zodat zij niet meer kunnen lopen.
25
Stort Uw toorn over hen uit; laat de gloed daarvan hen vernietigen.
26
Verander hun kampement in een woestijn en maak hun tenten onbewoond.
27
Want wie door U wordt geslagen, wordt door hen achtervolgd. Zij sturen verhalen de wereld in over het verdriet van hen die door U werden getroffen.
28
Laat hun schuld maar hand over hand toenemen, zodat zij geen aanspraak kunnen maken op Uw gerechtigheid.
29
Verwijder hun namen uit Uw boek, waarin ieder vermeld staat die bij U hoort. Zorg dat hun naam niet naast die van een gelovige staat.
30
Ik verkeer in grote ellende en groot verdriet. Laat Uw heil mij beschermen, o God.
31
Ik zal een loflied zingen en de naam van God prijzen. Ik zal Hem groot maken door de liederen die ik tot Zijn eer zing.
32
Dat zal de HERE meer vreugde geven dan een rund of een stier met horens en hoeven.
33
Zij die zich dankbaar aan God onderwerpen, zullen het zien en zich erover verheugen. U, die God zoekt, zult er nieuwe moed uit putten.
34
Want de HERE luistert wel naar de armen die Hem aanroepen en Hij ziet niet neer op de mensen die gevangen zitten.
35
Laat de hele schepping (hemel, aarde en zeeën) Hem eer brengen en prijzen.
36
Want God zal Jeruzalem bevrijden en de steden van Juda weer opbouwen. Dan zullen zij weer daarin wonen en het land opnieuw bezitten.
37
De kinderen van Zijn dienaren zullen het land erven en het zal worden bewoond door mensen, die Zijn naam liefhebben en eer bewijzen.
← Chapter 68
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 70 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150