bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Psalms 37
Psalms 37
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 36
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 38 →
1
Een lied van David. Wees niet jaloers op de zondaars, op de mensen die slechte dingen doen.
2
Zij verdwijnen net zo snel als het gras en verwelken als eendagsbloemen.
3
Stel heel uw vertrouwen op de HERE en doe wat Hij goed vindt. Woon rustig in uw woonplaats en zorg dat u in alles trouw bent.
4
Verheug u in de HERE; dan zal Hij erop toezien dat u alles krijgt wat u nodig hebt en waarnaar u verlangt.
5
Vertel alles wat u bezighoudt aan de HERE en vertrouw Hem. Hij zal in alles voor u zorgen.
6
Hij zal u openlijk recht verschaffen en uw oprechtheid aan het licht brengen.
7
Word stil voor de HERE en verwacht alles van Hem. Wees niet jaloers op de man die slechte plannen beraamt en wie het ogenschijnlijk goed gaat.
8
Word niet boos en laat elke vorm van kwaadheid schieten; wees ook nooit jaloers, want dat brengt u van kwaad tot erger.
9
Eenmaal worden alle zondaars vernietigd; maar wie uitzien naar de HERE, zullen alles ontvangen wat zij nodig hebben.
10
Nog een klein poosje en dan zal de zondaar zijn verdwenen; dan kijkt u naar hem en plotseling ziet u hem niet meer.
11
Maar wie nederig van hart is, zal in het land mogen wonen en genieten van een onuitsprekelijke vrede.
12
De goddeloze beraamt slechte plannen tegen de gelovige; hij kan hem niet verdragen.
13
Maar de Here lacht erom; Hij weet dat Zijn tijd is gekomen.
14
De zondaars grijpen naar de wapens om arme mensen neer te maaien en de gelovigen te vernietigen.
15
Zij zullen echter door hun eigen geweld worden vernietigd en hun wapens zullen kapot op de grond liggen.
16
Het is beter met een eerlijk hart weinig te bezitten dan veel rijkdom te hebben en God niet te kennen.
17
Want de HERE zal de goddelozen machteloos maken en oprechte mensen ondersteunen.
18
De HERE kent het leven van Zijn volgelingen en er wacht hun een geweldige toekomst.
19
In moeilijke momenten zal Hij hen niet in de steek laten; als er hongersnood is, zal Hij voor voedsel zorgen.
20
Het is werkelijk waar: De goddeloze zal te gronde gaan. De tegenstanders van de HERE zullen in rook opgaan; verbranden, zoals men een veld afbrandt.
21
De goddeloze leent wel, maar geeft nooit terug. Maar de oprechte mens bekommert zich om een ander en geeft wat nodig is.
22
Het is werkelijk waar: Zij, die door God gezegend zijn, mogen in het land wonen en het bezitten. Maar wie Hij vervloekt, wordt vernietigd.
23
Als de HERE instemt met iemands wijze van leven, zal Hij hem bevestigen in alles wat hij doet.
24
Als zo iemand valt, stort hij niet naar beneden, omdat de HERE zijn hand vasthoudt.
25
Gedurende mijn hele leven (en ik ben toch al oud) heb ik nog nooit een oprecht iemand gezien, die door de HERE werd verlaten. En ook diens kinderen ontbrak het aan niets.
26
Zo iemand bekommert zich om anderen en geeft wat nodig is; ook zijn kinderen helpen waar dat nodig is.
27
Houd u ver van het kwaad en doe wat goed is, want dan zult u altijd veilig kunnen leven.
28
De HERE heeft oprechtheid lief en Hij zal Zijn volgelingen nooit in de steek laten. Hij zal hen altijd bewaren en beschermen. Maar de goddelozen vernietigt Hij.
29
De oprechte mensen mogen het land in bezit nemen en er altijd blijven wonen.
30
De oprechte mens spreekt wijze woorden en alles wat hij zegt, is eerlijk.
31
In alles geldt voor hem de wet van God. Hij raakt nooit uit zijn evenwicht.
32
De goddeloze zoekt naar een gelegenheid om de oprechte mens te vermoorden.
33
De HERE laat dat niet toe. De HERE zorgt ervoor dat hij, als hij voor de rechter moet verschijnen, niet wordt veroordeeld.
34
Zie onder alles uit naar de HERE en blijf op Zijn weg. Dan zal Hij u uitkiezen om het land in bezit te nemen en er altijd te wonen; de vernietiging van de goddelozen zal u een vreugde zijn.
35
Ik zag eens een goddeloos mens. Het leek heel wat en hij breidde zich uit als een grote woekerplant,
36
maar toen er iemand langskwam, was hij opeens weg. Ik zocht nog naar hem, maar kon hem niet vinden.
37
Kijk maar eens naar de gelovige en let op de oprechte mens: zij zullen in vrede leven.
38
De zondaars worden echter allemaal vernietigd; ook hun kinderen hebben geen kans van overleven.
39
Maar de redding van de oprechten komt van de HERE; Hij beschermt hen in moeilijke tijden.
40
De HERE helpt hen ontkomen aan de goddelozen en bevrijdt hen. Dat komt doordat zij bij Hem schuilen.
← Chapter 36
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 38 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150