bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Psalms 18
Psalms 18
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
1
Voor de koordirigent. Van David, de dienaar van de HERE. Hij sprak deze woorden als een danklied voor de HERE, toen Deze hem had verlost van zijn vijanden en ook van Saul.
2
David zei toen: Ik heb U lief, HERE, U bent mijn kracht.
3
HERE, U bent als een rots voor mij, als een sterk fort. Altijd bent U mijn bevrijder. Mijn God bent U, mijn rots, bij U schuil ik. Achter U, mijn schild, schuil ik weg. U verkondigt mijn redding en bij U mag ik veilig wonen.
4
Ik roep het uit: Lof zij de HERE! Hij verloste mij van al mijn vijanden.
5
Ik heb de dood in de ogen gezien; de nederlaag stond voor mij.
6
Ik voelde mij al bijna gestorven en het einde naderde.
7
Toen ik ten einde raad was, riep ik naar de HERE; ik vroeg mijn God mij te helpen. Hij hoorde mij en reageerde op mijn hulpgeroep.
8
Daarop begon de aarde te beven en te dreunen. De bergen sidderden, omdat Hij toornig werd.
9
Rook en vuur verspreidden zich over de aarde.
10
Hij daalde neer uit de hemel met onder Zijn voeten de duisternis.
11
Hij reed op een cherub en vloog op de vleugels van de wind.
12
Hij hulde Zich in het duister, zodat Hij beschut was. In donker water en donkere wolken.
13
De wolken verdwenen toen Zijn glans naderde. Het regende hagel en vurige kolen.
14
De HERE liet de donder weerklinken. De Allerhoogste God liet Zijn stem horen.
15
Hij richtte Zijn pijlen op mijn vijanden en joeg ze uiteen. Hij slingerde bliksemstralen en bracht verwarring onder hen.
16
Door Uw dreigen, HERE, kwamen de rivierbeddingen bloot te liggen en zag men de fundamenten van de aarde.
17
God reikte naar mij en pakte mij op. Hij trok mij uit het diepe water omhoog.
18
Mijn vijand was erg machtig, maar God redde mij uit zijn hand. Hij hielp mij ontkomen aan hen die mij haten, juist omdat zij sterker waren dan ik.
19
Toen het slecht met mij ging, liepen zij mij voor de voeten, maar de HERE was een steun voor mij.
20
Hij leidde mij uit de ellende en gaf mij de ruimte. Hij redde mij omdat Hij van mij hield.
21
De HERE deed dit omdat ik rechtvaardig ben. Hij hielp mij omdat geen kwaad aan mijn handen kleeft.
22
Ik heb altijd op Zijn weg gewandeld en ben nooit op een dwaalweg van God afgeraakt.
23
Ik hield Zijn wetten steeds in gedachten, vergat nooit één van Zijn regels.
24
Ik gedroeg mij altijd precies zoals Hij verwachtte en zorgde ervoor dat ik niet zondigde.
25
De HERE heeft mij overeenkomstig behandeld; Hem stond mijn zuiverheid voor ogen.
26
U bent trouw tegenover wie U trouw is en iemand die zuiver leeft, wordt door U op dezelfde manier tegemoet getreden.
27
Aan de trouwe volgeling betoont U Zich trouw, maar voor de zondaar blijkt U een tegenstander.
28
U verlost een volk dat in nood is, maar veracht trotse mensen.
29
U zorgt ervoor dat mijn lamp blijft branden; U, HERE, mijn God, bent het Licht in de duisternis.
30
Samen met U durf ik een leger tegemoet te treden. Ja, met mijn God kan ik over muren springen.
31
De weg van God is een volmaakte weg; het woord van de HERE is zuiver als goud. God beschermt ieder, die zijn heil bij Hem zoekt.
32
Er is immers geen andere god dan de HERE? Wie is zo sterk en krachtig als Hij?
33
God geeft mij kracht en baant de weg voor mij.
34
Hij maakt mij lichtvoetig als een hert, zodat ik overal kan gaan en geen weg onbegaanbaar voor mij is.
35
Hij oefent mijn handen, zodat ik in oorlogstijd kundig de wapens kan hanteren.
36
Ook hebt U, HERE, mij het schild van het heil gegeven; ik voelde de steun van Uw rechterhand. U boog Zich naar mij over en Uw goedheid hielp mij te overwinnen.
37
U gaf mij de ruimte om te lopen en ik stond stevig op mijn voeten.
38
Ik achtervolgde mijn vijanden en rustte niet tot ik hen had vernietigd.
39
Ik liep de vijand onder de voet en verpletterde hem. Hij kon niet meer opstaan.
40
U hebt mij kracht en sterkte gegeven om de strijd aan te binden; U liet mij de een na de ander overwinnen.
41
U zorgde ervoor dat mijn vijanden voor mij op de vlucht sloegen; ik heb hen gedood.
42
Toen zij om hulp riepen, kwam er niemand om hen te redden. Zelfs de HERE riepen zij aan, maar Hij hielp hen niet.
43
Ik heb hen vernietigd tot er niets van over was. Zij waren niet meer terug te vinden.
44
U liet mij ontsnappen aan de onlusten onder het volk; U hebt mij aangesteld tot koning over vele volken, die ik niet kende. Zij werden aan mij onderworpen.
45
Zij hadden nog maar net van mij gehoord of zij gehoorzaamden mij al. Vreemdelingen gedroegen zich onderdanig tegenover mij.
46
Vreemden verloren zo hun sterke positie en verlieten vol angst hun versterkte kastelen.
47
De HERE leeft! Ik prijs Hem. Hij is mijn rots en ik geef Hem de hoogste plaats. Hij is de God, Die mij in veiligheid brengt.
48
Hij is de God, Die voor mij wraak heeft genomen en volken aan mij heeft onderworpen.
49
Hij heeft mij uit de handen van mijn vijanden gered. HERE, U hebt mij zelfs boven die vijanden gesteld. U redde mij uit de handen van gewelddadige mensen.
50
Daarom prijs ik, ook onder die andere volken, Uw naam en zing psalmen voor u.
51
God redt de koning, die Hij aanstelde, uit elke moeilijke situatie en toont Zijn trouw aan hem, die Hij heeft gezalfd. Voor altijd aan David en zijn nageslacht.
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150