bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Psalms 106
Psalms 106
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
1
Halleluja! Prijs de Heer, want Hij is goed. Want zijn liefde duurt voor eeuwig.
2
Wie kan woorden vinden voor de machtige dingen die Hij heeft gedaan? Wie kan Hem genoeg prijzen?
3
Het is heerlijk voor je als je leeft zoals Hij het wil, als je altijd eerlijk en rechtvaardig bent.
4
Denk aan mij, Heer! Want U houdt toch van uw volk? Kom naar mij toe, red mij, zegen mij.
5
Want dan zal ik zien hoe goed U bent voor de mensen die U heeft uitgekozen. Dan zal ik blij zijn, samen met uw volk.
6
We zijn U ongehoorzaam geweest, net als onze voorouders. We hebben ons niets van U aangetrokken.
7
Onze voorouders in Egypte trokken zich niets aan van uw wonderen. Ze vergaten de ontelbare goede dingen die U voor hen deed.
8
Ze waren koppig tegen U bij de Rietzee. Maar U redde hen vanwege uw eigen eer. Zo zouden mensen weten hoe machtig U bent.
9
U sprak dreigend tegen de Rietzee, en de zee viel droog. Zo liet U het volk het diepe water oversteken alsof het droog land was.
10
U redde hen uit de macht van de mensen die hen haatten. U bevrijdde hen van hun vijanden.
11
Want het water bedekte hun vijanden. Er bleef er niet één over.
12
Toen geloofden ze uw woorden en prezen U met liederen.
13
Maar al gauw vergaten ze weer wat U had gedaan. Ze vroegen U niet om raad.
14
Ze deden in de woestijn wat ze zelf wilden en daagden U uit in de wildernis.
15
U gaf hun het eten waar ze om vroegen, maar een groot aantal mensen stierf daaraan.
16
Ze werden ook jaloers op Mozes en Aäron, die door U waren uitgekozen om U te dienen.
17
Daarom ging de aarde open en slokte Datan en Abiram op. De aarde sloot zich boven hen.
18
Vuur viel op alle mensen die met hen meededen. De vlammen verbrandden de mensen die tegen U in opstand waren gekomen.
19
Bij Horeb maakten ze een kalf van goud en aanbaden dat als hun god.
20
Hun God, op wie ze eerst zo trots waren, ruilden ze in voor een beeld van een dier dat gras eet.
21
Ze vergaten God, hun Redder, die in Egypte zulke machtige dingen voor hen had gedaan:
22
grote wonderen in Egypte, indrukwekkende dingen bij de Rietzee.
23
Daarom besloot U dat U hen zou vernietigen. [En dat zou U ook gedaan hebben,] als Mozes, de man die U had uitgekozen, niet voor hen was opgekomen. Hij smeekte U om niet meer boos te zijn en hen niet te vernietigen.
24
Toen wilden ze uw prachtige land niet binnengaan. Ze geloofden niet wat U hun had beloofd.
25
Ze mopperden en klaagden in hun tenten. Ze luisterden niet naar wat U zei.
26
Toen zwoer U, dat U hen in de woestijn zou doden
27
en dat U hun kinderen zou verjagen, zodat ze in de landen van andere volken zouden sterven.
28
Ze sloten een verbond met [de afgod] Baäl-Peor en aten van offers voor de doden.
29
Zo maakten ze U woedend. Daarom liet U een ziekte onder hen uitbreken.
30
Maar Pinehas kwam tussenbeide. Toen hield de ziekte op.
31
Daarom zei God dat Hij hem en zijn hele familie ná hem daarvoor zou belonen.
32
Ze maakten U kwaad bij de bronnen van Meriba. Door hun schuld reageerde Mozes verkeerd.
33
Want doordat zij hem kwaad maakten, zei Mozes dingen zonder eerst na te denken.
34
Ze gehoorzaamden U niet toen U zei dat ze de andere volken moesten vernietigen.
35
Ze lieten hen in leven en trouwden zelfs met hen. Daardoor gingen ze dezelfde slechte dingen doen als zij.
36
Ze gingen de goden van die volken aanbidden. Daardoor ging het helemaal verkeerd met hen.
37
Bovendien offerden ze hun zonen en hun dochters aan de boze geesten.
38
Aan de goden van Kanaän offerden ze het bloed van onschuldige mensen: het bloed van hun eigen zonen en dochters. Daardoor bedierven ze het land.
39
Ook waren ze zelf bedorven door de dingen die ze deden. Ze waren ontrouw aan U.
40
Daarom werd U woedend op uw volk. U walgde van hen.
41
U gaf hen in de macht van andere volken. Hun vijanden heersten over hen.
42
Hun vijanden waren wreed voor hen. Ze moesten veel lijden.
43
Heel vaak heeft U hen gered. Maar steeds opnieuw waren ze U ongehoorzaam. Ze zakten steeds dieper weg in hun eigen slechtheid.
44
Maar als U hun moeilijkheden zag, als U hun gekreun hoorde,
45
dan dacht U weer aan het verbond dat U met hen had gesloten. Dan had U weer medelijden met hen, omdat U goed en liefdevol bent.
46
Daarom zorgde U ervoor dat de mensen die hen gevangen hielden hen weer vrij lieten.
47
Heer God, red ons! Breng ons weer terug naar ons land. Dan zullen we U prijzen.
48
U bent de Heer, de God van Israël. U zullen we voor eeuwig prijzen. Zeg allemaal "Amen! Prijs de Heer!"
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150