bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Psalms 68
Psalms 68
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 67
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 69 →
1
Een lied van David. Voor de leider van het koor.
2
Als God komt, slaan zijn vijanden op de vlucht. Ze vluchten voor Hem uit.
3
Ze worden weggeblazen als rook, smelten weg als bijenwas bij het vuur. Er blijft niets van hen over.
4
Maar de mensen die leven zoals Hij het wil, zijn blij. Ze zullen voor Hem zingen en juichen.
5
Zing voor God, zing dankliederen voor Hem. Maak de weg vrij voor Hem die over de vlakten rijdt. Zijn naam is Heer. Juich blij voor Hem.
6
Hij is een Vader voor de weeskinderen. Hij komt op voor de weduwen. Hij is God in zijn heilige huis.
7
Aan eenzame mensen geeft Hij een gezin. Gevangenen bevrijdt Hij. Maar mensen die Hem ongehoorzaam zijn, laat Hij wonen in een dor land.
8
God, toen U vóór uw volk uittrok, dwars door de woestijn,
9
beefde de aarde en stroomde de regen uit de hemel van ontzag voor God. Zelfs de berg Sinaï beefde van ontzag voor God, de God van Israël.
10
U stortte een stroom van goede dingen uit over uw volk, toen uw volk uitgeput was. U maakte hen weer sterk.
11
Zo kregen ze weer nieuwe kracht. U gaf de mensen wat ze nodig hadden, omdat U zo goed bent.
12
De Heer gaf een bevel aan een grote groep boodschappers om overal het goede nieuws te vertellen:
13
"De koningen van de vijanden zijn gevlucht! Hun legers zijn gevlucht! De vrouwen verdelen thuis de buit!
14
Ook al zitten jullie nog thuis tussen de potten, jullie zullen duivenvleugels hebben, bedekt met zilver, bedekt met glanzend goud."
15
Toen de Almachtige God de koningen de bergen in joeg, viel er sneeuw op de berg Zalmon.
16
Bergen van Basan, bergen van God, indrukwekkend en hoog,
17
bergtoppen van Basan, waarom zijn jullie jaloers op de berg die door God is uitgekozen als de plaats waar Hij voor eeuwig wil wonen?
18
God heeft tienduizenden strijdwagens. De Heer is bij hen, zoals op de berg Sinaï.
19
U steeg op naar de hemel. U bevrijdde de krijgsgevangenen. U nam geschenken om uit te delen aan de mensen, zelfs aan mensen die U niet willen dienen. Want U wil bij de mensen wonen.
20
Prijs de Heer! Elke dag is onze God zo ontzettend goed voor ons!
21
Hij redt ons altijd. Onze Heer God redt ons van de dood.
22
God verplettert zijn vijanden. Hij vernietigt de mensen die slechte dingen blijven doen.
23
De Heer heeft gezegd: "Ik zal jullie vijanden aan jullie uitleveren, of Ik ze nu moet halen van de toppen van Basan, of van de bodem van de zee.
24
Jullie zullen kunnen waden in hun bloed. Jullie honden zullen hun bloed oplikken."
25
De mensen zien uw feestelijke intocht, de feestelijke intocht van mijn God, mijn Koning, in zijn heiligdom.
26
Voorop lopen zangers, daarachter meisjes met tamboerijnen, gevolgd door de mensen die muziek maken.
27
Met z'n allen prijzen we de Heer God, uit wie het volk Israël is ontstaan.
28
Voorop gaat de stam van Benjamin, de jongste zoon van Jakob, met zijn leiders. Daar gaan de leiders van de stam van Juda, een grote groep. Dan de leiders van de stam van Zebulon, en de leiders van de stam van Naftali.
29
God is zo machtig! God, laat ons uw macht zien, laat zien wat U voor ons heeft gedaan!
30
Koningen brengen U geschenken voor uw heiligdom in Jeruzalem.
31
Bedreig Egypte, dat land tussen het riet van de Nijl. Bedreig de leiders van de volken, want ze zijn alleen maar uit op oorlog en op buit.
32
Leiders van Egypte komen naar U toe. Ethiopië brengt U haastig geschenken.
33
Koninkrijken van de aarde, zing voor God, zing liederen voor de Heer.
34
Zing voor Hem die door de hoogste hemel rijdt, voor Hem die er altijd al is geweest. Hoor: daar klinkt zijn machtige stem!
35
Geef toe dat God machtig is. Hij regeert over Israël. Zo hoog als de hemel is, zó groot is zijn macht.
36
U bent een indrukwekkend God, Heer, U woont in uw heiligdom. U, de God van Israël, maakt uw volk sterk en machtig. Prijs de Heer!
← Chapter 67
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 69 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150