bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Psalms 18
Psalms 18
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
1
Voor de leider van het koor. Een lied van David, de dienaar van de Heer. Hij maakte dit lied voor de Heer, toen Hij hem had gered van zijn vijanden en uit de handen van koning Saul.
2
Hij zei: Ik houd heel erg veel van U, mijn Heer. U geeft mij kracht.
3
Heer, U bent de rots onder mijn voeten, de burcht waar ik veilig ben, mijn Bevrijder. U bent mijn God, de rots waarop ik kan vertrouwen, het schild dat mij beschermt, mijn Redder, mijn sterke toren waarin ik veilig ben.
4
Ik riep het uit tot de Heer, tot de Heer die het waard is dat wij Hem prijzen. Toen redde Hij mij van mijn vijanden.
5
De dood hield mij in zijn greep, bedreigde mij als een wilde rivier.
6
Het dodenrijk omklemde mij. Overal loerde de dood op mij.
7
Wanhopig riep ik de Heer om hulp. Ik riep tot mijn God. Hij hoorde mijn stem vanuit zijn paleis. Mijn geroep klonk in zijn oren.
8
Toen dreunde en beefde de aarde, de bergen schudden en schokten: de Heer was woedend over wat er gebeurde.
9
Rook kwam uit zijn neus. Vernietigend vuur kwam uit zijn mond. Houtskool raakte er door in brand.
10
Hij boog de hemel neer en kwam naar beneden. Donkere wolken waren onder zijn voeten.
11
Hij reed op een engel, vloog op de vleugels van de wind.
12
Hij verborg zich in diepe duisternis, in zware regen en donkere wolken.
13
Door het licht dat van Hem afstraalde, werden de wolken verjaagd. Het regende hagel en gloeiende houtskool.
14
Vanuit de hemel sprak de Heer met een stem als de donder. De Allerhoogste God sprak vanuit de hagel en de gloeiende kolen.
15
Hij schoot zijn pijlen af en mijn vijanden vluchtten. Hij slingerde zijn bliksem naar hen, zodat ze in paniek raakten.
16
De zeebodem viel droog, de fundamenten van de aarde werden zichtbaar toen Hij woedend tegen mijn vijanden tekeer ging en tegen hen blies met de adem van zijn neus.
17
Hij stak uit de hemel zijn hand naar mij uit, greep me en trok me op uit het diepe water.
18
Hij redde me uit de greep van mijn machtige vijanden die mij haatten en die sterker waren dan ik.
19
Ze vielen me aan toen ik zwak was, maar de Heer hielp mij.
20
Hij bevrijdde me en gaf me weer ruimte. Hij redde mij, omdat Hij van mij houdt.
21
De Heer deed dit voor mij, omdat ik onschuldig ben. Hij beloonde me ervoor dat ik nooit iets slechts had gedaan.
22
Want ik heb me altijd gehouden aan de wetten van de Heer. Ik heb mijn God nooit verlaten.
23
Altijd gehoorzaamde ik zijn leefregels. Ik deed wat Hij van me vroeg.
24
Ik leefde zoals Hij het wil en was Hem nooit ongehoorzaam.
25
Ja, de Heer beloonde me omdat ik onschuldig ben. Hij beloonde me omdat Hij had gezien dat ik nooit iets slechts had gedaan.
26
Als mensen trouw zijn aan U, bent U trouw aan hen. U bent goed voor mensen die goed leven.
27
Aan mensen die eerlijk zijn, laat U zien dat U een eerlijk God bent. Maar aan mensen die slecht zijn, laat U zien dat U hun vijand bent.
28
U redt arme en verdrukte mensen. Maar U vernedert de mensen die trots denken dat ze U niet nodig hebben.
29
U bent voor mij als een lamp, Heer, want U brengt licht in mijn duisternis.
30
Met U durf ik een heel leger aan. Met U spring ik over een muur.
31
Wat God doet is volmaakt. Wat Hij zegt is altijd te vertrouwen. Hij beschermt iedereen die naar Hem toe komt voor hulp.
32
Er is geen andere God dan de Heer! Er is geen andere rots dan onze God! [Alleen Hij is de rots onder onze voeten. ]
33
Hij maakt mij sterk. Hij zorgt ervoor dat ik alles aan kan.
34
Hij maakt mijn voeten zo behendig als die van een hert. Zelfs op de hoogste toppen zorgt Hij dat ik stevig sta.
35
Hij leert me hoe ik moet strijden, zodat ik koperen bogen kan spannen.
36
U beschermde me als een schild en U hielp mij. Dankzij uw goedheid ben ik machtig geworden.
37
U heeft de weg voor mij gebaand. Ik kon gaan zonder te struikelen.
38
Ik achtervolgde mijn vijanden en haalde hen in. Ik ging niet terug vóórdat ik hen had vernietigd.
39
Ik sloeg hen neer met mijn zwaard. Ze vielen onder mijn voeten en stonden nooit meer op.
40
Want dankzij U was ik sterk in de strijd. U dwong mijn vijanden om zich over te geven.
41
Dankzij U sloegen mijn vijanden op de vlucht. Al mijn vijanden heb ik vernietigd.
42
Ze riepen om hulp, maar niemand redde hen. Ze riepen tot de Heer, maar Hij antwoordde niet.
43
Toen vermaalde ik hen tot stof in de wind. Ik vertrapte hen als het vuil in de straten.
44
U heeft mij gered toen mensen tegen mij in opstand kwamen. U maakte mij tot hoofd over vele volken. Verre volken dienden mij.
45
Zodra ze van mij hoorden, gehoorzaamden ze mij. Buitenlandse volken bogen nederig voor mij omdat ze bang voor me waren.
46
Vreemdelingen beefden van angst voor mij en kwamen angstig uit hun burchten.
47
De Heer leeft! Ik juich voor Hem, de rots onder mijn voeten! Alle eer is voor de God die mij heeft gered!
48
Hij heeft me de overwinning gegeven en mij tot koning over vele volken gemaakt.
49
Hij heeft me van mijn vijanden gered. Hij heeft mij machtiger gemaakt dan de mensen die tegen me in opstand kwamen. Hij heeft mij gered van mensen die geweld tegen me wilden gebruiken.
50
Heer, daarom prijs ik U onder de volken en zing ik liederen voor U.
51
Hij redt zijn koning op bijzondere manieren. Hij is goed voor de man die Hij tot koning heeft gezalfd. Hij is goed voor David en voor zijn familie ná hem, voor altijd.
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150