bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Psalms 119
Psalms 119
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 118
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 120 →
1
Het is heerlijk voor je als je leeft zoals de Heer het wil, als je leeft volgens de wet van God.
2
Het zal goed met je gaan als je je aan zijn leefregels houdt en met je hele hart naar Hem verlangt.
3
De Heer zal goed voor je zijn als je eerlijk bent en leeft zoals Hij het wil.
4
Heer, U heeft uw wetten gegeven en gezegd dat we ons daaraan moeten houden.
5
Ik wil zo graag altijd leven zoals U het wil! Ik wil me zo graag aan uw leefregels houden!
6
Ik zal nooit tevergeefs op U vertrouwen als ik leer te doen wat U zegt.
7
Ik prijs U uit het diepst van mijn hart als ik zie hoe goed uw wetten zijn.
8
Ik zal mij aan uw leefregels houden. Laat mij niet in de steek!
9
Hoe kan een jong mens zuiver leven? Door te leven volgens uw woord.
10
Ik verlang met mijn hele hart naar U. Help me om U te gehoorzamen.
11
Ik bewaar uw woord in mijn hart, zodat ik niet verkeerd tegen U zal doen.
12
Ik prijs U, Heer! Leer mij om me te houden aan uw leefregels.
13
Ik vertel anderen over de wetten die U heeft gegeven.
14
Het is fijner om uw wil te doen dan om heel erg rijk te zijn.
15
Ik denk over uw wetten na en ik wil doen wat U van me vraagt.
16
Ik geniet van uw leefregels en zal U gehoorzamen.
17
Wees goed voor mij, Heer, dan zal ik leven en uw woord gehoorzamen.
18
Open mijn ogen, zodat ik kan zien hoe geweldig uw wet is.
19
Ik ben een vreemdeling op aarde. Laat me weten wat U van mij vraagt.
20
Ik verlang er altijd hevig naar om me aan uw wetten te houden.
21
U straft de mensen die denken dat ze U niet nodig hebben en die zich niet aan uw wetten houden. Ze zijn vervloekt.
22
Laat mij niet langer voor schut staan, want ik houd mij aan uw wetten.
23
Al komen koningen bij elkaar om plannen te smeden om mij kwaad te doen, toch houd ik me aan uw wet.
24
Ja, ik geniet van uw wetten. Ze geven me raad.
25
Ik voel mij helemaal hulpeloos. Geef mij leven door uw woord.
26
Ik heb U alles verteld wat ik heb gedaan en U heeft me geantwoord. Leer mij te leven volgens uw leefregels.
27
Help me om uw wetten te begrijpen, zodat ik over uw wonderen zal nadenken.
28
Mijn hart huilt van verdriet en wanhoop. Geef me door uw woord weer nieuwe hoop.
29
Help me om ver van leugens vandaan te blijven. Wees zo goed om mij uw wet te leren.
30
Ik wil me aan de waarheid houden. Daarom gehoorzaam ik uw wetten.
31
Ik klem me er aan vast. Heer, stel mij niet teleur.
32
Ik zal uw wetten gehoorzamen. U zorgt ervoor dat ik dat graag wil.
33
Heer, leer mij om me te houden aan uw leefregels. Ik zal me er tot het einde aan vasthouden.
34
Maak me verstandig, zodat ik me met mijn hele hart aan uw wet zal houden.
35
Ik wil leven zoals U het wil, want ik houd van uw wetten.
36
Laat mijn hart verlangen naar uw wetten, en niet naar rijkdom.
37
Help mij om de goede kant op te kijken, zodat ik niet ga verlangen naar dingen die niet goed voor me zijn. Geef mij leven door mijn gehoorzaamheid aan U.
38
Doe alstublieft wat U mij heeft beloofd, want ik heb diep ontzag voor U.
39
Zorg ervoor dat ik nooit tevergeefs op U vertrouw, want dat zou ik vreselijk vinden. Maar wat U van mij wil, is goed.
40
Ik verlang naar uw wetten. Geef mij leven door uw woord, want uw woord is goed.
41
Heer, wees altijd goed voor mij, zoals U me heeft beloofd.
42
Dan heb ik een antwoord aan de mensen die me uitlachen. Want ik vertrouw op uw woord.
43
Laat me vasthouden aan uw waarheid. Want ik vertrouw er op dat U rechtvaardig zal oordelen.
44
Ik zal ik me altijd aan uw wet houden, voor altijd en eeuwig.
45
Ik zal in vrijheid kunnen leven als ik U gehoorzaam ben.
46
Ook zal ik koningen over uw wetten vertellen, zonder me te schamen.
47
Want ik ben blij met uw wetten. Ik houd van uw woorden.
48
Daarom verlang ik ernaar ze te doen en denk ik er over na.
49
Denk aan wat U mij heeft beloofd, want daar vertrouw ik op.
50
Dit troost mij in alle ellende: dat uw belofte mij hoop heeft gegeven.
51
De mensen die U niet gehoorzamen maken me vreselijk belachelijk. Toch blijf ik me aan uw wet houden.
52
Als ik denk aan uw wetten die U lang geleden heeft gegeven, Heer, dan word ik getroost.
53
Ik word heel boos over de mensen die zich niets van U aantrekken en zich niet aan uw wet houden.
54
Hier op aarde, waar ik als vreemdeling woon, zijn uw leefregels voor mij als een prachtig lied.
55
Zelfs 's nachts denk ik aan U, Heer, zelfs 's nachts houd ik me aan uw wet.
56
Dat komt doordat ik U gehoorzaam ben.
57
De Heer is alles voor mij. Ik heb beloofd me aan uw woord te houden.
58
Met mijn hele hart heb ik tot U gebeden. Wees goed voor mij, zoals U heeft beloofd.
59
Ik denk na over hoe ik leef en probeer uw wetten te volgen.
60
Ik haast me om U te gehoorzamen. Ik aarzel geen moment.
61
Ook al proberen allerlei slechte mensen mij in de val te laten lopen, toch vergeet ik uw wet niet.
62
Midden in de nacht sta ik op om U te prijzen voor uw rechtvaardige wetten.
63
Ik ben een vriend van alle mensen die ontzag voor U hebben, van alle mensen die uw wetten gehoorzamen.
64
Heer, de hele aarde laat zien hoe goed en liefdevol U bent. Leer mij om me te houden aan uw leefregels.
65
U bent goed voor mij geweest, Heer, zoals U had beloofd.
66
Leer mij uw wetten echt te begrijpen. Want ik vertrouw er op.
67
Toen ik me niet aan uw wet had gehouden, kwam ik in moeilijkheden. Maar nu houd ik me aan uw wet.
68
U bent goed en alles wat U doet is goed. Leer mij om me te houden aan uw leefregels.
69
De mensen die U niet gehoorzamen, vertellen leugens over mij rond. Maar ik houd me van harte aan uw wetten.
70
Hun hart is zo ongevoelig als vet, maar uw wet maakt mij blij.
71
Het is goed voor me geweest dat ik in moeilijkheden kwam. Want daardoor heb ik geleerd om me aan uw leefregels te houden.
72
Uw wet is mij meer waard dan duizenden goud- of zilverstukken.
73
Uw handen hebben mij gemaakt. Maak mij nu ook zó verstandig, dat ik zal leren leven volgens uw wetten.
74
Mensen die diep ontzag voor U hebben, zijn blij als ze mij zien. Want ze zien dat ik op uw woord vertrouw.
75
Ik weet, Heer, dat U rechtvaardig bent, en dat U het me moeilijk heeft gemaakt juist omdat U trouw bent.
76
Troost mij nu met uw liefde, zoals U me heeft beloofd.
77
Heb medelijden met me, zodat ik zal leven. Want ik geniet van het doen van uw wet.
78
Zorg ervoor dat de slechte mensen bedrogen uitkomen, want ze hebben me vals beschuldigd. Heer, ik denk na over uw wetten.
79
Geef dat de mensen die ontzag voor U hebben en volgens uw wetten leven, naar mij toe komen.
80
Ik wil U met mijn hele hart gehoorzamen. Dan zal ik nooit tevergeefs op U vertrouwen.
81
Heer, ik verlang er zo naar dat U me redt. Ik verwacht alles van uw woord.
82
Ik kijk vol verlangen uit naar wat U me heeft beloofd. Wanneer komt U me troosten?
83
Ook al voel ik me zo droog als uitgedroogd leer, toch ben ik uw leefregels niet vergeten.
84
Hoelang zal ik nog leven, Heer, want de mensen vervolgen mij. Wanneer zult U voor me opkomen?
85
Slechte mensen die U niet gehoorzamen, hebben een val voor mij opgezet!
86
Alles wat U zegt, is te vertrouwen. Maar de mensen vervolgen me met hun leugens. Help me alstublieft!
87
Ze hebben me bijna gedood, maar ik ben U niet ongehoorzaam geworden.
88
Red mijn leven, omdat U van me houdt. Dan zal ik doen wat U me gezegd heeft.
89
Heer, voor eeuwig blijft uw woord bestaan. Voor eeuwig staan uw woorden vast, in de hemel.
90
Door alle eeuwen heen blijft U trouw. U heeft de aarde stevig neergezet.
91
Hemel en aarde dienen U. Daardoor bestaan ze nog steeds, zoals U heeft bevolen.
92
Als ik niet zoveel van uw wet had gehouden, zou ik allang zijn gestorven van ellende.
93
Nooit zal ik uw wetten vergeten, want door uw wetten heeft U mij leven gegeven.
94
Ik ben van U. Red me alstublieft. Want ik verlang er immers naar om te doen wat U zegt.
95
Schurken proberen me te doden. Maar ik blijf U gehoorzamen.
96
Aan alles komt een einde, hoe volmaakt het ook is. Maar aan uw wet komt nooit een eind.
97
Wat houd ik toch veel van uw wet! Ik denk er de hele dag over na.
98
Uw wet maakt me wijzer dan mijn vijanden, want uw wet is altijd bij me.
99
Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want ik denk de hele dag na over uw wil.
100
Ik ben wijzer dan de oude mensen, want ik doe wat U zegt.
101
Ik zorg dat ik geen verkeerde dingen doe, maar dat ik me aan uw wetten houd.
102
Ik houd me precies aan uw woord, want Uzelf bent mijn Leermeester.
103
Uw woorden zijn heerlijk, nog heerlijker dan honing in mijn mond.
104
Uw wetten hebben me wijs gemaakt. Daarom haat ik leugens en bedrog.
105
Uw woord leidt mij. Het is als een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad.
106
Ik heb gezworen (en ik zal het ook doen) dat ik me aan uw wetten zal houden.
107
Heer, ik heb het zo moeilijk! Geef mij leven, zoals U heeft beloofd.
108
Geniet van de woorden van mijn mond die ik U als een offer aanbied. Leer me U te gehoorzamen.
109
Ik ben aldoor in gevaar, maar uw wet vergeet ik niet.
110
Schurken proberen me in de val te laten lopen, maar ik word niet ongehoorzaam aan uw wetten.
111
Ik heb uw wetten voor altijd van U gekregen. Ik ben er heel erg blij mee.
112
Ik verlang ernaar om me altijd aan uw leefregels te houden, tot het einde toe.
113
Ik haat het als mensen zich niet aan uw wet houden. Maar ik houd van uw wet.
114
Bij U ben ik veilig, U beschermt mij als een schild. Ik verwacht alles van uw woord.
115
Verdwijn, schurken! Ik wil me aan de wet van God houden!
116
Help me, God, zoals U heeft beloofd. Dan zal ik leven! Laat mij niet tevergeefs op U vertrouwen.
117
Als U me helpt, word ik gered. Dan zal ik altijd blij doen wat U zegt.
118
U vernietigt de mensen die zich niet aan uw leefregels houden. Ze komen door hun eigen leugens ten val.
119
U gooit hen weg als het schuim uit de smelt-oven [waarin goud zuiver wordt gemaakt]. Daarom houd ik van uw wetten.
120
Ik beef van ontzag voor U. Ik heb diep ontzag voor uw wetten.
121
Ik heb geleefd zoals U het wil. Lever mij nu niet uit aan mijn vijanden.
122
Kom voor mij op! Zorg ervoor dat de slechte mensen me met rust zullen laten.
123
Ik kijk zo uit naar de dag dat U mij redt, naar uw belofte van rechtvaardigheid!
124
Wees alstublieft goed voor mij. Leer mij om me te houden aan uw leefregels.
125
Ik ben uw dienaar, maak me verstandig, zodat ik weet wat U wil.
126
Kom rechtspreken, Heer, want de mensen houden zich niet aan uw wet.
127
Ik houd méér van uw wetten dan van het zuiverste goud.
128
Daarom gehoorzaam ik al uw bevelen. Ik haat alle leugens en elk bedrog.
129
Uw woorden zijn geweldig. Daarom houd ik me eraan.
130
Uw woorden verspreiden licht. Ze geven wijsheid aan eenvoudige mensen.
131
Ik doe mijn mond wijd open: ik snak naar uw woorden.
132
Kom naar mij toe, heb medelijden met me. Ik houd immers van U!
133
Zorg ervoor dat ik altijd het goede doe. Laat het kwaad geen macht over me krijgen.
134
Red me van mijn vijanden. Dan zal ik me aan uw wetten houden.
135
Wees goed voor mij, uw dienaar. Leer mij om me te houden aan uw leefregels.
136
De tranen stromen mij over de wangen, omdat de mensen zich niet houden aan uw wet.
137
U bent rechtvaardig, Heer, en uw wetten zijn goed.
138
U heeft rechtvaardige wetten gegeven. Ze zijn goed en betrouwbaar.
139
Ik brand van verlangen om U te dienen, omdat mijn vijanden uw woorden vergeten.
140
Uw woord is zuiver en waar. Daarom houd ik er heel veel van.
141
Ik ben een onbelangrijk mens, maar ik vergeet uw wetten niet.
142
U bent voor eeuwig rechtvaardig. Uw wet is juist en goed.
143
Ook als ik in nood ben, geniet ik van uw wetten.
144
Ze zijn voor eeuwig rechtvaardig. Help mij ze te begrijpen, zodat ik zal leven.
145
Ik roep U, Heer, met mijn hele hart. Antwoord mij alstublieft! Ik zal me aan uw leefregels houden.
146
Ik roep U om hulp. Red mij! Dan zal ik doen wat U van mij vraagt.
147
Nog vóórdat de dag begint, roep ik U om hulp. Want uw woorden geven mij hoop.
148
's Nachts lig ik wakker. Dan denk ik over uw woorden na.
149
Luister naar me, omdat U van me houdt. Heer, geef mij leven, omdat U rechtvaardig bent.
150
De schurken zijn al vlak bij me. Ze houden zich niet aan uw wet.
151
Maar U bent dicht bij me, Heer. Al uw wetten zijn juist en goed.
152
Ik heb altijd geweten dat uw wetten eeuwig zijn.
153
Zie toch hoe erg ik er aan toe ben! Red me alstublieft! Want ik vergeet uw wet niet.
154
Kom als Rechter voor mij op en red me! Geef mij leven, zoals U heeft beloofd.
155
Het loopt slecht af met de mensen die U niet gehoorzamen. Zij worden niet gered, omdat ze zich niet aan uw leefregels willen houden.
156
U bent zó goed, Heer! Geef mij leven, zoals U heeft beloofd.
157
Ontelbare mensen willen me doden. Maar ik word niet ongehoorzaam aan uw wet.
158
Ik heb mensen gezien die slechte dingen doen. Ik ben er verdrietig over dat zij uw wetten niet gehoorzamen.
159
Kijk toch hoeveel ik van uw wetten houd! Heer, geef mij leven, omdat U van me houdt.
160
Uw wetten zijn juist en goed. Ze zijn rechtvaardig en zullen voor eeuwig gelden.
161
Koningen vervolgden mij zonder dat ik hun iets had gedaan, maar ik bleef diep ontzag voor uw woord houden.
162
Ik ben zo blij met uw woord! Zo blij alsof ik een schat heb gevonden.
163
Ik walg van leugens, ik haat ze, maar ik houd van uw wet.
164
Zeven keer per dag prijs ik U voor uw rechtvaardige wetten.
165
De mensen die van uw wet houden, hebben vrede. Hun kan niets gebeuren.
166
Ik wacht er op tot U me redt, Heer, en ik leef zoals U het wil.
167
Ik houd me aan uw leefregels. Ik houd er heel veel van.
168
Ik doe wat U van mij vraagt, want U ziet alles wat ik doe.
169
Hoor mijn geroep, Heer. Leer me wat ik moet doen, zoals U heeft beloofd.
170
Luister alstublieft naar mij, en red me, zoals U heeft beloofd.
171
Ik zal U aldoor prijzen, want U zal mij leren om me aan uw leefregels te houden.
172
Ik zal over uw woord zingen, want uw woorden zijn juist en goed.
173
Kom mij helpen, want ik heb ervoor gekozen om uw wetten te gehoorzamen.
174
Ik verlang er zo naar dat U mij redt, Heer. Ik houd van uw wet.
175
Laat mij leven, zodat ik U kan prijzen. Laten uw wetten mij helpen om goed te leven.
176
Ik was afgedwaald als een schaap. Zoek mij nu alstublieft, want uw wetten vergeet ik niet.
← Chapter 118
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 120 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150