bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
2 Chronicles 12
2 Chronicles 12
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 13 →
1
Toen Rehabeam het koningschap vast in handen had en sterk geworden was, maakte hij zich los van de Wet van de HEERE en heel Israël ging hierin met hem mee.
2
In het vijfde jaar van koning Rehabeam, trok Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem op - omdat zij tegen de HEERE in opstand gekomen waren -
3
met twaalfhonderd wagens, zestigduizend ruiters en ontelbaar veel volk dat met hem meekwam uit Egypte: Libiërs, Suchieten en Kushieten.
4
Hij nam de versterkte steden van Juda in en kwam tot bij Jeruzalem.
5
Toen kwam de profeet Semaja bij Rehabeam en de vorsten van Juda, die in Jeruzalem bijeen waren vanwege Sisak, en hij zei tegen hen: “Zo zegt de HEERE: ‘Omdat jullie Mij verlaten hebben, dáárom heb Ik ook jullie verlaten en jullie overgegeven in de hand van Sisak.’ ”
6
Toen vernederden de vorsten van Israël en de koning zich en zij zeiden: “De HEERE is rechtvaardig!”
7
Toen de HEERE zag dat zij zich vernederden, kwam het woord van de HEERE tot Semaja en het luidde: “Zij hebben zich vernederd. Ik zal hen niet vernietigen, maar Ik zal hun spoedig uitkomst brengen, zodat mijn woede niet door de hand van Sisak over Jeruzalem uitgegoten zal worden,
8
maar zij zullen hem tot dienaren zijn, opdat zij het verschil tussen de dienst aan Mij en de dienst aan de koninkrijken van de landen zullen leren kennen.”
9
En Sisak, de koning van Egypte, trok tegen Jeruzalem op en nam de schatten van het Huis van de HEERE en de schatten van het huis van de koning mee. Alles nam hij mee en hij nam ook alle gouden schilden mee, die Salomo gemaakt had.
10
Daarvoor in de plaats maakte Rehabeam koperen schilden en gaf die in handen van de oversten van de snelle lijfwachten die de ingang van het huis van de koning bewaakten.
11
Wanneer de koning het Huis van de HEERE binnenging, kwamen de snelle lijfwachten en zij droegen ze met zich mee en brachten ze ook weer terug in de kamer van de snelle lijfwachten.
12
Toen Rehabeam zich vernederde, wendde de toorn van de HEERE zich van hem af, zodat Hij hem niet helemaal vernietigde. Er waren ook nog wel goede dingen in Juda.
13
Koning Rehabeam kreeg weer macht in Jeruzalem en hij bleef regeren, want Rehabeam was eenenveertig jaar toen hij koning werd. Hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem, de stad, die de HEERE uit alle stammen van Israël uitgekozen had om zijn Naam daar te vestigen. De naam van zijn moeder was Naäma, de Ammonitische.
14
Hij deed wat kwaad is, omdat hij zijn hart er niet op zette om de HEERE te zoeken.
15
De geschiedenissen van Rehabeam, de eerste en de laatste, en ook de voortdurende oorlogen tussen Rehabeam en Jerobeam, zijn die niet ten behoeve van de familieregisters opgeschreven in de woorden van Semaja, de profeet, en van Iddo, de ziener?
16
Rehabeam ging bij zijn vaderen te ruste en hij werd begraven in de stad van David. Zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 13 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36