bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
2 Chronicles 17
2 Chronicles 17
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 18 →
1
Zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats en hij trad krachtig op tegen Israël.
2
Hij legerde leger eenheden in alle versterkte steden van Juda en hij legde garnizoenen in het land van Juda en in de steden van Efraïm, die zijn vader Asa ingenomen had.
3
De HEERE was met Josafat, want hij wandelde in de vroegere wegen van zijn vader David en zocht de Baäls niet,
4
maar zocht de GOD van zijn vader en wandelde in zijn geboden. Hij deed niet zoals Israël deed.
5
De HEERE bevestigde het koningschap dat in zijn hand en was en heel Juda gaf Josafat geschenken. Hij kreeg veel rijkdom en eer.
6
Zijn hart ging op in de wegen van de HEERE en hij verwijderde ook de offer hoogten en de geluksgodinnen uit Juda.
7
In het derde jaar van zijn regering stuurde hij een bericht aan zijn vorsten, aan Ben-Chaïl, Obadja, Zacharia, Nethaneël en Michaja, om onderwijs te geven in de steden van Juda.
8
Met hen waren ook de Levieten Semaja, Nethanja, Zebadja, Asahel, Semiramoth, Jonathan, Adonia, Tobia en Tob-Adonia, zij allen waren Levieten. Met hen waren ook de priesters Elisama en Jehoram.
9
Zij gaven onderwijs in Juda en zij hadden de boekrol van de Wet van de HEERE bij zich. Zij trokken rond door alle steden van Juda en gaven onderwijs onder het volk.
10
De schrik voor de HEERE kwam over alle koninkrijken van de landen die om Juda heen lagen, zodat zij geen oorlog tegen Josafat begonnen.
11
Vanuit de Filistijnen brachten zij Josafat geschenken en zilver geld als een belasting heffing. Zelfs de Arabieren brachten hem schapen en geiten: zevenduizendzevenhonderd rammen en zevenduizendzevenhonderd geitenbokken.
12
De grootheid van Josafat kwam gaandeweg op een hoogtepunt en hij bouwde burchten en voorraadsteden in Juda.
13
Hij had veel werk om handen in de steden van Juda en in Jeruzalem had hij ervaren strijders, strijdbare helden.
14
Dit zijn hun aantallen, naar de huizen van hun vaderen. Van Juda waren dit de oversten over de duizendtallen: Adna, de overste, met driehonderdduizend strijdbare helden bij zich.
15
Naast hem de overste Johanan, met tweehonderdtachtigduizend man bij zich.
16
Naast hem de overste Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig aan de HEERE had toegewijd, met tweehonderdduizend strijdbare helden bij zich.
17
Uit Benjamin was Eljada, een strijdbare held, de overste, met tweehonderdduizend man bij zich die met boog en schild waren uitgerust.
18
Naast hem de overste Jozabad met honderdtachtigduizend man bij zich, toegerust voor de strijd.
19
Dezen stonden in dienst van de koning, afgezien van hen die de koning in de vestingsteden door heel Juda heen gelegerd had.
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 18 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36