bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
2 Chronicles 22
2 Chronicles 22
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 23 →
1
De inwoners van Jeruzalem maakten Ahazia, zijn jongste zoon, koning in zijn plaats, want alle oudere broers waren gedood door een bende die met de Arabieren het legerkamp binnengekomen was. Zo werd Ahazia, de zoon van Jehoram, koning van Juda.
2
Ahazia was tweeëntwintig jaar oud toen hij koning werd. Hij regeerde één jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Athalia, de dochter van Omri.
3
Hij wandelde in de wegen van het huis van Achab, want zijn moeder was zijn raadgeefster bij al zijn slechte daden.
4
Hij deed wat kwaad is in de ogen van de HEERE, net zoals het huis van Achab, want zij waren zijn raadgevers na de dood van zijn vader, tot zijn eigen ondergang.
5
Hij volgde hun raad op en trok met Joram, de zoon van Achab, de koning van Israël, ten strijde tegen Hazaël, de koning van Aram, bij Ramoth in Gilead en de Arameeërs versloegen Joram.
6
Toen keerde hij terug om in Jizreël te herstellen van de wonden die de Arameeërs hem in Rama hadden toegebracht, toen hij tegen Hazaël, de koning van Aram, streed. En Azarja, de zoon van Jehoram, de koning van Juda, daalde af om Joram, de zoon van Achab, in Jizreël te bezoeken, want hij was ziek.
7
De ondergang van Ahazia kwam van GOD toen hij naar Joram ging. Toen hij aangekomen was, trok hij met Joram op naar Jehu, de zoon van Nimsi, die de HEERE gezalfd had om het huis van Achab uit te roeien.
8
Toen Jehu het oordeel over het huis van Achab voltrok, trof hij de vorsten van Juda aan en de zonen van de broers van Ahazia, die Ahazia dienden, en hij doodde hen.
9
Daarna zocht hij Ahazia. Zij kregen hem te pakken, terwijl hij zich in Samaria verborgen hield, en zij brachten hem bij Jehu en doodden hem en begroeven hem, want, zeiden zij: “Hij is de zoon van Josafat, die de HEERE met heel zijn hart heeft gezocht.” Zo bleef er van het huis van Ahazia niemand meer over die krachtig genoeg was voor het koningschap.
10
Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag dat haar zoon dood was, stond zij op en bracht alle koninklijke nakomelingen van het huis van Juda om.
11
Maar Joseba, de dochter van de koning, nam Joas, de zoon van Ahazia, en griste hem tussen de koningszonen die gedood werden uit en bracht hem en zijn voedster in de kamer voor het beddengoed. Joseba, de dochter van koning Jehoram, de vrouw van de priester Jehojada - zij was de zus van Ahazia - hield hem verborgen voor Athalia, zodat die hem niet kon doden.
12
Hij werd zes jaar bij hen verborgen gehouden in het Huis van GOD, terwijl Athalia over het land regeerde.
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 23 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36