bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
2 Chronicles 15
2 Chronicles 15
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 14
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 16 →
1
Toen kwam de Geest van GOD over Azarja, de zoon van Oded.
2
Hij ging voor Asa staan en zei tegen hem: “Luister naar mij, Asa en heel Juda en Benjamin! De HEERE is met jullie en jullie zijn met Hem. Als jullie Hem zoeken, zal Hij zich door jullie laten vinden, maar als jullie Hem verlaten, zal Hij jullie ook verlaten.
3
Israël is vele dagen zonder de ware GOD geweest, zonder een priester die onderwijs gaf en zonder Wet.
4
Als zij zich in hun nood tot de HEERE, de GOD van Israël, bekeerden en Hem zochten, liet Hij zich door hen vinden.
5
In die tijden was er geen vrede voor wie erop uittrok en weer terugkwam, want er was veel onrust onder alle inwoners van de landen.
6
Het ene volk werd door het andere volk vertrapt en de ene stad door de andere stad, want GOD joeg hen door allerlei benauwdheden schrik aan.
7
Jullie echter, wees sterk en laten jullie handen niet slap worden, want er is loon voor jullie werk.”
8
Toen Asa deze woorden en de profetie van de profeet Oded hoorde, wist hij zich gesterkt en deed hij de gruwelijke afgoden weg uit heel het land Juda en Benjamin en uit de steden, die hij in het bergland van Efraïm ingenomen had. Ook vernieuwde hij het altaar van de HEERE, dat voor de voorhal van de HEERE stond.
9
Hij liet heel Juda en Benjamin samenkomen en met hen de vreemdelingen uit Efraïm, Manasse en uit Simeon. Want velen uit Israël liepen naar hem over toen zij zagen, dat de HEERE, zijn GOD, met hem was.
10
Zij kwamen samen in Jeruzalem, in de derde maand, in het vijftiende jaar van het koningschap van Asa.
11
Op die dag offerden zij zevenhonderd runderen en zevenduizend schapen en geiten aan de HEERE van de buit die zij meegenomen hadden.
12
Zij gingen een Verbond aan om met heel hun hart en met heel hun ziel de HEERE, de GOD van hun vaderen, te zoeken.
13
Ieder die de HEERE, de GOD van Israël, niet zou zoeken, zou gedood worden, van klein tot groot, zowel man als vrouw.
14
Zij legden met luide stem de eed aan de HEERE. af, bij het geschal van de bazuinen en de ramshorens.
15
Heel Juda was blij over deze eed, want zij hadden die met heel hun hart afgelegd en Hem met heel hun wil gezocht en Hij liet zich door hen vinden en de HEERE schonk hun rust rondom.
16
Asa nam zelfs zijn groot moeder Maächa haar macht als koningin af, omdat zij een vreselijk beeld voor de geluksgodin had gemaakt. Asa hakte haar vreselijke afgod om en verbrijzelde en verbrandde die aan de beek Kidron.
17
De offer hoogten werden weliswaar niet uit Israël verwijderd, maar het hart van Asa was zijn leven lang volkomen toegewijd.
18
Hij bracht de heilige gaven van zijn vader in het Huis van GOD en ook zijn eigen heilige gaven van zilver en goud en nog andere voorwerpen.
19
Er was geen oorlog meer tot het vijfendertigste jaar van het koningschap van Asa.
← Chapter 14
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 16 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36