bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
2 Chronicles 13
2 Chronicles 13
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 14 →
1
In het achttiende jaar van koning Jerobeam werd Abia koning over Juda.
2
Hij regeerde drie jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Michaja, de dochter van Uriël, uit Gibea. Er was oorlog tussen Abia en Jerobeam.
3
Met een leger van ervaren strijders, vierhonderdduizend speciaal uitgekozen man nen, bond Abia de strijd aan. Jerobeam stelde zich tegenover hem in slagorde op met achthonderdduizend speciaal uitgekozen man nen, strijdbare helden.
4
Abia ging boven op de berg Zemaraïm staan, die in het bergland van Efraïm ligt en hij zei: “Luister naar mij, Jerobeam en heel Israël!
5
Weten jullie niet dat de HEERE, de GOD van Israël, het koningschap over Israël voor eeuwig met een zoutverbond aan David en zijn zonen gegeven heeft?
6
Maar Jerobeam, de zoon van Nebat, de dienaar van Salomo, de zoon van David, verzette zich en kwam tegen zijn heer in opstand.
7
Leeglopers, mannen van niets, zijn bij hem gekomen en hebben zich verzet tegen Rehabeam, de zoon van Salomo, toen Rehabeam nog jong en kwetsbaar was en zich niet tegen hen kon verweren.
8
En nu denken jullie dat jullie je sterk kunnen maken tegen het koninkrijk van de HEERE, dat in handen is van de zonen van David. Jullie zijn wel met een grote menigte, maar jullie hebben gouden kalveren bij je, die Jerobeam voor jullie tot goden gemaakt heeft.
9
Hebben jullie niet de priesters van de HEERE, de zonen van Aäron, en de Levieten verstoten en priesters voor jezelf aangesteld net als de volken van alle andere landen? Ieder die met een jonge stier, het jong van een koe, en zeven rammen aankomt om als priester aangesteld te worden, wordt priester voor wat geen goden zijn.
10
Maar wat ons betreft, de HEERE is onze GOD en wij hebben Hem niet verlaten en de priesters die de HEERE dienen, zijn de zonen van Aäron en de Levieten ondersteunen hen bij het werk.
11
Zij laten elke morgen en avond de brandoffers voor de HEERE in rook opgaan. Ook zorgen zij voor het reukwerk van geurige kruiden en voor het rangschikken van het toon brood op de reine tafel en voor de gouden kandelaar en zijn lampen om die elke avond te laten branden. Want wij zorgen voor de dienst van de HEERE, onze GOD, maar jullie hebben Hem verlaten.
12
Zie, GOD is met ons, Hij gaat aan het hoofd en ook zijn priesters met de schetterende bazuinen om daar met geschetter op te blazen. O zonen van Israël, strijd niet tegen de HEERE, de GOD van jullie vaderen, want het zal niet goed met jullie aflopen.”
13
Jerobeam had een deel van zijn mannen een omtrekkende beweging laten maken om een hinderlaag achter hen te leggen. Hij en het overige deel van zijn mannen bevonden zich tegenover Juda en achter de mannen van Juda was de hinderlaag.
14
Toen Juda zich omdraaide, zie, de strijd was van voren en van achteren. Zij riepen tot de HEERE en de priesters bliezen op de bazuinen.
15
De man nen van Juda hieven strijdkreten aan en toen de man nen van Juda hun strijdkreten aanhieven, versloeg GOD Jerobeam en heel Israël voor de ogen van Abia en Juda.
16
De zonen van Israël sloegen op de vlucht voor Juda en GOD gaf hen in hun macht.
17
Abia en zijn volk brachten hun een grote slag toe, want er sneuvelden vijfhonderdduizend van de beste man nen uit Israël.
18
Zo werden de zonen van Israël in die tijd vernederd, terwijl de zonen van Juda machtig werden, omdat zij vertrouwden op de HEERE, de GOD van hun vaderen.
19
Abia achtervolgde Jerobeam en nam de volgende steden van hem af: Beth-El met haar dochter steden, Jesana met haar bijbehorende plaatsen en Efron met haar dochter steden.
20
Jerobeam had geen kracht meer over in de dagen van Abia. De HEERE trof hem, zodat hij stierf.
21
Abia trad echter krachtig op en hij nam veertien vrouwen voor zich zelf en verwekte tweeëntwintig zonen en zestien dochters.
22
Het overige van de geschiedenissen van Abia, zowel zijn wegen als zijn woorden, staan beschreven in het leerboek van de profeet Iddo.
23
Abia ging bij zijn vaderen te ruste en zij begroeven hem in de stad van David. Zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats. In zijn dagen was het tien jaar rustig in het land.
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 14 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36