bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Isaiah 13
Isaiah 13
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 14 →
1
Dit is de profetie die God aan Jesaja, de zoon van Amoz, over Babel gaf:
2
Kijk, de vlaggen en de vaandels wapperen als hun vijand tot de aanval overgaat. Roep naar hen, Israël, en zwaai met uw hand wanneer zij optrekken tegen Babel om de paleizen van de rijken en de machthebbers te vernietigen.
3
Ik, de HERE, heb deze legers voor deze taak uitgezocht; Ik heb deze mannen, die blij zijn met hun eigen kracht, geroepen om zo mijn toorn te koelen.
4
Luister eens naar het daveren in de bergen! Luister naar het geluid van het marcherende leger! Het is het lawaai en de roep van vele volken. Vanuit verre landen heeft de HERE van de hemelse legers hen daar gebracht.
5
Zij zijn de wapens, die Zijn hand tegen u, o Babel, hanteert. Zij dragen Zijn toorn met zich mee en zullen uw hele land met de grond gelijk maken.
6
Jammer, want de tijd van de HERE is nu gekomen, de tijd dat de Almachtige u verwoest.
7
Uw armen zijn verlamd door angst. De moedigste harten smelten en zijn bang.
8
De angst grijpt u met pijnlijke scheuten, zoals de weeën een zwangere vrouw overvallen. U kijkt elkaar hulpeloos aan wanneer de vlammen van de brandende stad op uw ontzette gezichten weerspiegelen.
9
Want kijk, de dag van de HERE is in aantocht, de vreselijke dag van Zijn verbolgenheid en vurige toorn. Het land zal worden vernietigd, evenals alle zondaars.
10
De hemelen boven hen zullen zwart zijn. De sterren, de zon en de maan zullen geen licht geven.
11
En Ik zal de wereld straffen voor haar kwaad, alle inwoners voor hun zonden; Ik zal de arrogantie van de trotse man en de hooghartigheid van de rijke neerslaan.
12
Weinigen zullen nog in leven zijn als Ik mijn werk heb beëindigd. Mannen zullen schaars zijn als goud; van grotere waarde dan het goud van Ofir.
13
Want Ik zal de hemelen door elkaar schudden in mijn toorn en vreselijke verbolgenheid en de aarde zal van haar plaats worden gebracht.
14
De legers van Babel zullen vluchten totdat zij uitgeput zijn. Zij trekken terug naar hun eigen land als een hert, dat wordt achtervolgd door honden. Zij dwalen rond als schapen, die alleen zijn gelaten door hun herder.
15
Zij die niet vluchten, zullen worden afgeslacht.
16
Hun kinderen zullen tegen de grond worden verpletterd waar zij bij staan. Hun huizen zullen worden geplunderd en hun vrouwen verkracht door de aanvallende horden.
17
Want Ik zal de Meden tegen Babel opzetten en geen enkel bedrag in zilver of goud zal hen kunnen afkopen.
18
De aanvallende legers zullen geen medelijden hebben met de jonge mensen van Babel, met babies of met kinderen.
19
Zo zal Babel, het luisterrijkste van alle koninkrijken, de bloem van de Chaldese cultuur, net zo volledig worden verwoest als Sodom en Gomorra, toen de HERE vuur uit de hemel stuurde.
20
Babel zal voor eeuwig worden vernietigd. Generatie na generatie zal voorbij gaan, maar het land zal nooit meer worden bewoond. De nomaden zullen er zelfs geen kamp opslaan. En de herders zullen hun schapen er niet laten overnachten.
21
De wilde dieren van de woestijn zullen het bewonen en huilende beesten zullen zich in de vervallen huizen ophouden. Er zullen struisvogels leven en de geesten zullen er komen om te dansen.
22
Hyena's en jakhalzen zullen in de paleizen rondlopen. De dagen van Babel zijn geteld. De dag van de vervloeking is op handen.
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 14 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66