bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Isaiah 6
Isaiah 6
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 7 →
1
In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Here! Hij zat op een hoge troon en de tempel was gevuld met Zijn glorie.
2
Boven Hem zweefden machtige serafs met zes vleugels. Met twee vleugels bedekten zij hun gezichten; met twee andere bedekten zij hun voeten en met de andere twee vlogen zij.
3
In een groot koor riepen zij elkaar toe: "Heilig, heilig, heilig is de HERE van de hemelse legers; de hele aarde is met Zijn glorie gevuld."
4
Een machtig koor was het! De tempel trilde op zijn grondvesten en het heiligdom vulde zich met rook.
5
Toen zei ik: "Ik ben ten dode opgeschreven, want ik behoor tot hen die met de mond zondigen. En nu heb ik de Koning gezien, de HERE van de hemelse legers."
6
Toen vloog één van de serafs naar het altaar en pakte er met een tang een gloeiende kool uit.
7
Hij raakte met de gloeiende kool mijn lippen aan en zei: "Nu deze kool uw lippen heeft aangeraakt, is uw ongerechtigheid verdwenen. Al uw zonden zijn u vergeven."
8
Toen hoorde ik de HERE vragen: "Wie zal Ik als boodschapper naar mijn volk sturen? Wie zal voor Ons gaan?" En ik zei: "HERE, stuurt U mij! Ik zal gaan!"
9
En Hij zei: "Ja, ga maar. Zeg dit tegen mijn volk: 'Hoewel u mijn woorden herhaaldelijk hoort, zult u ze niet begrijpen. Ook al kijkt u oplettend toe als Ik mijn werk volbreng, dan nog zult u niet weten wat het te betekenen heeft.'
10
Maak hen langzaam van begrip, sluit hun oren en doe hun ogen dicht. Ik wil niet dat zij zien, horen of begrijpen, zodat zij zich tot Mij wenden om hen te genezen."
11
Toen zei ik: "Hoelang moet dat duren, Here?" En Hij antwoordde: "Net zolang tot hun steden zijn verwoest en er niemand meer woont. Tot hun land een woestenij is geworden
12
en zij allemaal als slaven naar verre landen zijn weggevoerd en het hele land Israël uitgestorven ligt!
13
Zelfs al blijft slechts een tiende deel over (een schamel restant) dan zal ook dat worden aangevallen en verwoest. Toch zal het zijn als een omgehakte boom, waarvan de stronk blijft staan en voor nieuw leven zorgt."
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 7 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66