bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Isaiah 17
Isaiah 17
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 18 →
1
Dit is Gods profetie over Damascus, de hoofdstad van Syrië: Kijk, Damascus is verdwenen! Het is niet langer een stad, het is een puinhoop, een grote ruïne geworden!
2
De steden van Aroër zijn verlaten. Schapen liggen daar rustig en onbevreesd, want er is niemand, die hen wegjaagt.
3
De kracht van Israël en de macht van Damascus zullen ophouden te bestaan en het restant van Syrië zal worden vernietigd. "Het zal hen net zo vergaan als het de pracht van Israël verging", zegt de HERE van de hemelse legers.
4
Ja, de glorie van Israël zal verbleken als de armoede het land binnenkomt.
5
Israël zal verarmd liggen zoals de geoogste korenvelden in het dal van Refaïm.
6
Och, slechts enkelen van het volk zullen overblijven, net zoals de enkele olijven die in de bomen achterblijven na de oogst. Twee of drie in de hoogste takken, vier of vijf aan de buitenste twijgen.
7
En pas dan zullen zij aan God, hun Schepper, denken en hun blik richten op de Heilige van Israël.
8
Die dag zullen zij niet langer hun afgoden om hulp vragen en zij zullen wat hun eigen handen hebben gemaakt, niet meer aanbidden. De afbeeldingen van Astarot en de zonnegoden zullen hen niet langer respect inboezemen.
9
Hun grootste steden zullen net zo verlaten zijn als de verre beboste heuvels en de bergtoppen. Zij zullen lijken op uitgestorven steden, waaruit de inwoners vluchtten toen de Israëlieten in aantocht waren.
10
Waarom? Omdat u zich hebt afgekeerd van de God, Die u kan redden; de rots, die uw toevluchtsoord is. Daarom plantte u mooie en zeldzame gewassen.
11
Maar hoewel zij zo goed gedijen dat zij op de morgen dat u ze plant al bloeien, zult u er toch nooit van oogsten. Het enige dat het u zal opleveren, is veel ziekte en ongeneeslijke pijn.
12
Wee de legers, die in de richting van Gods land denderen!
13
Al bulderen zij als grote golven, die zich op het strand storten, God zal hun het zwijgen opleggen. Zij worden uiteengejaagd als kaf, dat door de wind wordt weggeblazen, als opwaaiend stof in een storm.
14
's Avonds voelt Israël zich nog bedreigd, maar de volgende morgen zijn haar vijanden dood. Dat is het verdiende loon van hen, die het volk van God uitplunderen en vernietigen.
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 18 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66