bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Isaiah 42
Isaiah 42
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 41
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 43 →
1
Kijk naar mijn dienaar, die Ik ondersteun; degene die Ik heb uitgekozen en naar wie Ik met genoegen kijk. Ik heb Hem mijn Geest gegeven; Hij zal aan de volken van de aarde rechtvaardigheid openbaren.
2
Hij zal behoedzaam zijn; Hij zal niet schreeuwen of ruzie maken in de straten.
3
Hij zal het geknakte riet niet breken en de flakkerende vlam niet doven. De vertwijfelden zal Hij bemoedigen. Hij zal ervoor zorgen dat recht wordt gedaan aan hen die onrechtvaardig zijn behandeld.
4
Hij zal niet rusten voordat waarheid en rechtvaardigheid overal op aarde heersen en verre overzeese volken hun vertrouwen op Hem hebben gesteld.
5
De HERE God, Die de hemelen schiep en uitstrekte en Die de aarde maakte en alles wat erop leeft; Degene Die iedereen die op aarde leeft, adem en geest geeft, zegt tegen Zijn dienaar, de Messias (A):
6
"Ik, de HERE, heb U geroepen om mijn rechtvaardigheid te tonen. Ik bescherm en steun U, want Ik heb U aan mijn volk gegeven als een persoonlijke bevestiging van mijn verbond met hen. U zult ook een licht zijn dat de volken naar Mij toeleidt.
7
U zult de ogen van de blinden openen en gevangenen uit hun donkere kerker bevrijden.
8
Ik ben de HERE! Dat is Mijn naam en Ik zal mijn glorie niet aan iemand anders geven; Ik zal de lof die Mij toekomt, niet delen met gesneden beelden.
9
Alles wat Ik profeteerde, is uitgekomen en nu zal Ik opnieuw profeteren. Ik zal U vertellen wat in de toekomst gaat gebeuren, voordat het echt gebeurt."
10
Zing een nieuw lied voor de HERE; zing Zijn lof, allen die in de verste uithoeken van de aarde leven! Zing, o zee! Zing, allen die in verre overzeese landen wonen!
11
Voeg u bij het koor, steden in de woestijn, Kedar en Sela! En u ook, bewoners van de bergen.
12
Laten de kustlanden in het westen de HERE eer bewijzen en Zijn grote macht bezingen.
13
De HERE zal een machtig strijder zijn, een krijgsman voor Zijn tegenstanders. Hij zal een strijdkreet slaken en hen overwinnen.
14
Hij heeft lang gezwegen en Zich ingehouden. Maar nu zal Hij Zijn toorn de vrije loop laten; Hij zal roepen en hijgen als een vrouw, die een kind baart.
15
Hij zal bergen en heuvels met de grond gelijk maken en het groen op de hellingen verschroeien. Hij zal de rivieren en waterplassen laten opdrogen.
16
Hij zal het blinde Israël langs een pad laten lopen dat het nog nooit heeft gezien. Hij zal de duisternis voor haar verlichten en de weg voor haar effenen. Hij zal haar niet in de steek laten.
17
Maar zij die op afgoden vertrouwen en hèn goden noemen, zullen bedrogen uitkomen; zij zullen terugdeinzen.
18
O, mijn volk, wat bent u blind en doof ten opzichte van God! Waarom wilt u niet luisteren? Waarom wilt u het niet zien?
19
Wie ter wereld is zo blind als mijn knecht, die is voorbestemd mijn boodschapper van de waarheid te zijn? Wie is zo blind als mijn 'gekozene', de 'dienaar van de HERE'?
20
U ziet en begrijpt wat goed is, maar u slaat er geen acht op en doet het niet; u hoort het, maar wilt niet luisteren.
21
De HERE heeft Zijn grote en heerlijke wet gegeven. Hij was van plan de wereld daarmee te laten zien dat Hij rechtvaardig is.
22
Maar wat ziet Zijn volk eruit; zij, die de hele wereld de glorie van Zijn wet moesten laten zien; zij zijn beroofd en gevangen genomen, uitgezogen en tot slaaf gemaakt. Iedereen kon met hen doen wat hij wilde en er was niemand, die hen te hulp kwam.
23
Wil niet één van u de les van de geschiedenis leren en inzien wat een ellende u in de toekomst te wachten staat?
24
Wie liet Israël beroven en verwonden? Was het de HERE niet? Het is de HERE tegen Wie zij zondigden, want zij wilden niet gaan waarheen Hij hen stuurde en weigerden naar Zijn wetten te luisteren.
25
Daarom stortte de HERE zo'n vreselijke toorn over Zijn volk uit en trof het met oorlog. Al worden de Israëlieten omringd door vuur en branden zij zich, dan nog zullen zij niet begrijpen waarom God het doet, want zij nemen Zijn woord niet ter harte.
← Chapter 41
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 43 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
Aanbevolen literatuur
Commentaar
Commentaren op Isaiah
→
Dagboek
Dagboek Isaiah
→
Deze Bijbel
Studiebijbel HTB
→