bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Job 13
Job 13
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 14 →
1
Dat heb ik allemaal met eigen ogen gezien. Dat heb ik allemaal met eigen oren gehoord.
2
Wat jullie weten, weet ik ook. Ik weet niet minder dan jullie.
3
Maar toch wil ik tot de Almachtige God spreken. Toch verlang ik ernaar om me bij Hem te verdedigen.
4
Want jullie vertellen me alleen maar leugens. Jullie lijken op een slechte dokter die alleen maar doet alsof hij weet wat je hebt.
5
Houden jullie je mond nu maar. Dat zou veel verstandiger zijn.
6
En luister alsjeblieft naar wat ik tegen jullie zeg. Doe iets met wat jullie van mij horen.
7
Willen jullie Hem met leugens verdedigen? Zeggen jullie dingen die niet waar zijn omdat jullie voor Hem op willen komen?
8
Kiezen jullie partij voor Hem? Denken jullie dat jullie Hem moeten verdedigen?
9
Wat gebeurt er als Hij jullie onderzoekt? Denken jullie dat Hij die leugens dan niet vindt? Mensen laten zich bedriegen, maar Hij niet!
10
Hij zal jullie streng straffen als jullie in het geheim partijdig zijn.
11
Hebben jullie dan geen ontzag voor zijn hemelse macht en majesteit?
12
Wat jullie zeggen heeft net zo weinig betekenis als stof. Jullie verdediging is net zo zwak als een schild van klei.
13
Wees stil en luister naar wat ik te zeggen heb. Ik zal zelf wel merken wat de gevolgen van mijn woorden zullen zijn!
14
Ik weet dat ze mij mijn leven kunnen kosten. Maar dat heb ik ervoor over.
15
Als Hij mij voor mijn woorden wil doden, blijf ik toch nog hopen dat Hij naar mij wil luisteren. Ik wil me tegenover Hem verdedigen.
16
En Hij zál ook naar mij luisteren. Want Hij weigert alleen om te luisteren naar mensen die zich helemaal niets van Hem aantrekken.
17
Luister goed naar wat ik zeg. Luister goed en zet je oren wijd open.
18
Ik ga nu aan de Rechter mijn zaak uitleggen. Ik wéét gewoon dat Hij mij gelijk zal geven.
19
Niemand kan mij tegenspreken! Als ik nog langer zwijg, wordt dat mijn dood.
20
God, ik vraag maar twee dingen van U, zodat ik me niet langer voor U hoef te verbergen:
21
laat mij alstublieft met rust en maak mij niet langer bang.
22
Roep mij, dan zal ik U antwoorden. En geef mij alstublieft antwoord als ik spreek.
23
Hoe vaak ben ik U ongehoorzaam geweest? Vertel me toch wat ik verkeerd heb gedaan!
24
Waarom verbergt U Zich voor mij? Waarom behandelt U me als een vijand?
25
Waarom doet U mij kwaad? Ik stel niets voor! Ik ben maar als een afgevallen blad, een verdroogde grashalm.
26
Waarom straft U me zo zwaar? Waarom straft U me nu pas voor de dingen die ik verkeerd heb gedaan toen ik nog jong was?
27
U heeft mij gevangen gezet, met mijn voeten in het blok. U bespiedt alles wat ik doe en laat mijn voeten struikelen.
28
Ik voel mij als een verrot stuk hout, als een door de motten aangevreten mantel. (lees verder)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 14 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42