bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Job 37
Job 37
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 36
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 38 →
1
Als ik de donder hoor, klopt mijn hart in mijn keel. Het bonst van angst.
2
Hoor het dreunen van de donder, het geluid van Gods stem als Hij spreekt!
3
Hij laat de bliksemstralen langs de hemel flitsen. Ze flitsen tot het eind van de aarde.
4
Zijn stem dreunt achter hen aan. Hij dondert met machtige stem. Het blijft bliksemen terwijl Hij dreunend spreekt.
5
Wonderlijk is het als Gods stem dondert. Hij doet machtige dingen die wij niet begrijpen.
6
Hij laat het sneeuwen op aarde. Hij laat de stortregen neerkletteren.
7
De mensen kunnen niet verder werken. Ze begrijpen dat Hij die dingen doet.
8
De dieren zoeken een schuilplaats en kruipen weg in hun holen.
9
De storm komt uit Gods voorraadkamer. De wind brengt kou mee.
10
Door de adem van God bevriest het water. Rivieren veranderen in ijs.
11
Ook maakt Hij de wolken zwaar van water. Het zonlicht splijt de wolken weer uiteen.
12
De zon schijnt over de hele aarde en doet wat Hij beveelt.
13
Soms straft Hij de aarde ermee, soms is het een zegen. Maar altijd is het volgens Gods bedoeling.
14
Luister hier alsjeblieft naar, Job. Let op Gods wonderen.
15
Begrijp jij hoe God de bliksem stuurt? Begrijp jij hoe Hij zijn licht over de aarde laat schijnen?
16
Begrijp jij hoe de wolken zijn opgehangen? Begrijp jij iets van de wonderlijke dingen die de volmaakt wijze God doet?
17
Begrijp jij hoe je kleren en alles heet worden als de hele aarde stil wordt van de hete zuidenwind?
18
Heb jij Hem geholpen om de hemel op te hangen, de hemel die zo vast lijkt als een koperen spiegel?
19
Vertel jij ons maar wat we tegen Hem moeten zeggen. Want wij hebben zeker niet genoeg verstand, dat we niets weten te zeggen.
20
Zou het Hem verteld worden als ik Hem iets wil zeggen? Als iemand tot Hem spreekt, is dat vragen om gedood te worden!
21
Een mens kan niet naar de zon kijken als de hemel helder is en de wind de wolken heeft weggeblazen.
22
In het noorden is dan een prachtige gouden glans te zien. [Daar kunnen we nauwelijks naar kijken.] Gods hemelse macht en majesteit zijn nog veel stralender!
23
Wij kunnen de Almachtige God niet zien en niet begrijpen. Hij is machtig en rechtvaardig.
24
Daarom hebben de mensen diep ontzag voor Hem. Maar mensen die trots en eigenwijs zijn, ziet Hij niet eens.
← Chapter 36
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 38 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42