bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Job 35
Job 35
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 34
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 36 →
1
En Elihu ging verder:
2
Denk je dat het klopt dat jij rechtvaardiger bent dan God?
3
Je zegt zelf: "Wat heb je eraan om goed te leven? Wat heb ik nu méér, dan wanneer ik slechte dingen had gedaan?"
4
Ik zal het je uitleggen, aan jou en je vrienden.
5
Kijk eens naar de hemel, naar de wolken hoog boven je.
6
Als je slechte dingen doet, wat doe je Hem daarmee voor kwaad? Al doe je nog zoveel slechte dingen, wat heeft Hij daar voor last van?
7
En als je leeft zoals Hij het wil, wat geef je Hem daarmee? Wat kun jij aan Hem geven?
8
Als je slecht bent, tref je daarmee alleen een ander mens. Als je eerlijk bent, helpt dat alleen iemand anders.
9
Er wordt wel luid gejammerd over alle ellende, en mensen roepen wel om hulp als ze door anderen slecht worden behandeld,
10
maar niemand zegt: "Waar is God, mijn Maker? Waar is God die ons lofliederen geeft in de nacht,
11
die ons verstandiger heeft gemaakt dan de dieren, die ons wijzer maakt dan de vogels?"
12
En als ze al roepen, dan antwoordt Hij niet, omdat Hij hen trots en eigenwijs vindt.
13
Nee, God luistert niet als zulke mensen tot Hem roepen. De Almachtige God kijkt niet naar zulke mensen om.
14
Nu zeg jij dat je niets van Hem ziet, dat je rechtszaak wel bij Hem ligt, maar dat Hij niets doet.
15
Maar omdat Hij slechte mensen niet onmiddellijk straft, en zich niet druk lijkt te maken om de ellende die anderen overkomt,
16
nu zet jij tevergeefs een grote mond op, en zeg je allerlei domme dingen. (lees verder)
← Chapter 34
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 36 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42