bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Ezekiel 2
Ezekiel 2
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 3 →
1
Hij zei tegen mij: “Mensenkind, ga op je voeten staan, dan zal Ik met je spreken.”
2
Toen Hij tot mij sprak, kwam de Geest in mij en zette mij overeind op mijn voeten en ik hoorde Hem die tot mij sprak.
3
Hij zei tegen mij: “Mensenkind, Ik zend je naar de zonen van Israël, naar de opstandige volken die opstandig tegen Mij zijn. Zij en hun vaderen zijn tegen Mij in overtreding tot op de dag van vandaag.
4
De zonen zijn hard van gelaat en verhard van hart. Ik zend je naar hen toe en je moet tegen hen zeggen: ‘Zo zegt mijn Heer, de HEERE!’
5
Of ze nu luisteren of niet, zij zijn immers een huis vol opstandigheid, zij zullen weten dat er een profeet in hun midden is geweest.
6
Jij, mensenkind, wees niet bang voor hen en wees niet bang voor hun woorden. Al zijn er netels en dorens bij je en al wonen er schorpioenen bij je, wees niet bang voor hun woorden en wees niet bevreesd voor hen, want zij zijn een huis vol opstandigheid.
7
Jij moet mijn woorden tot hen spreken, of zij nu luisteren of niet, want zij zijn opstandig.
8
Maar jij, mensenkind, luister naar wat Ik tot je spreek, wees niet opstandig zoals dat huis vol opstandigheid. Doe je mond wijd open en eet wat Ik je geef.”
9
Toen zag ik, en zie, er was een hand naar mij uitgestoken, en zie, daarin lag een boekrol.
10
Hij rolde die voor mij open. Hij was van voren en van achteren beschreven en er waren klaagliederen en verzuchtingen en weeklacht en op geschreven.”
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 3 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48