bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Ezekiel 34
Ezekiel 34
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 33
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 35 →
1
Het woord van de HEERE kwam tot mij en het luidde:
2
“Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tegen hen, tegen die herders: ‘Zo zegt mijn Heer, de HEERE! Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?
3
Jullie eten het vet en bekleden je met de wol, jullie slachten het vetgemeste, maar de schapen weiden jullie niet.
4
De zwakke versterken jullie niet, het zieke genezen jullie niet, het gebrokene verbinden jullie niet, het afgedwaalde brengen jullie niet terug en het verlorene zoeken jullie niet op, maar jullie heersen over hen met brute kracht en met harde hand.
5
Zo raakten zij verstrooid, omdat er geen herder was. Zij zijn tot prooi geworden van alle wilde dieren in het veld, zij zijn uiteengeslagen.
6
Mijn schapen dwalen op alle bergen en op elke hoge heuvel, mijn schapen zijn verstrooid over heel de aarde. Er is niemand die naar hen vraagt en er is niemand die hen zoekt.’ ”
7
“Daarom, herders, luister naar het woord van de HEERE!
8
‘ Zowaar Ik leef, spreekt mijn Heer, de HEERE! Zou Ik ze niet!? … omdat mijn schapen tot prooi geworden zijn en mijn schapen tot voedsel geworden zijn voor de wilde dieren van het veld, omdat er geen herder is en mijn herders niet naar mijn schapen vragen en de herders zichzelf weiden en niet mijn schapen weiden!’ ”
9
“Daarom, herders, luister naar het woord van de HEERE!
10
Zo zegt mijn Heer, de HEERE: ‘Zie, Ik zal die herders! Ik zal mijn schapen uit hun hand opeisen en zal hen doen ophouden met weiden, zodat de herders niet meer zichzelf zullen weiden. Ik zal mijn schapen uit hun mond redden, zodat die hun niet meer tot voedsel zullen dienen.’ ”
11
“Want zo zegt mijn Heer, de HEERE: ‘Zie, Ik, ja, Ik zal naar mijn schapen vragen en ze opzoeken.
12
Zoals een herder zijn kudde bijeenzoekt op de dag dat hij zich te midden van zijn verstrooide schapen bevindt, zo zal Ik mijn schapen opzoeken. Ik zal hen redden uit alle plaatsen waarheen zij verstrooid zijn, op een dag van wolken en van duisternis,
13
en Ik zal hen uitleiden uit de volken en hen uit de landen bijeenbrengen en hen in hun land brengen. Ik zal hen weiden op de bergen van Israël, bij de water stromen en in alle bewoonbare plaatsen van het land.
14
Ik zal hen in een goede weide laten grazen. Op de hoge bergen van Israël zal hun weide zijn. Daar zullen zij rusten in een goede weide en grazen in een grazige weide op de bergen van Israël.
15
Ik zal mijn schapen weiden en Ik zal ze laten rusten, zo spreekt mijn Heer, de HEERE.
16
Het verlorene zal Ik zoeken en het afgedwaalde zal Ik terugbrengen en het gebrokene zal Ik verbinden en het zwakke zal Ik versterken, maar het vetgemeste en sterke zal Ik vernietigen. Ik zal ze rechtvaardig weiden.’ ”
17
“En jullie, mijn schapen, zo zegt mijn Heer, de HEERE, zie, Ik zal rechtspreken tussen het ene stuk kleinvee en het andere stuk kleinvee, tussen de rammen en de bokken.
18
Is het jullie niet genoeg, dat jullie de goede weide afgrazen? Willen jullie de rest van de weide ook nog met jullie voeten vertrappen? Willen jullie helder water drinken en de rest met jullie voeten troebel maken?
19
Moeten mijn schapen dan afgrazen wat jullie voeten vertrapt hebben en drinken wat jullie voeten troebel gemaakt hebben?”
20
“Daarom, zo zegt mijn Heer, de HEERE, tegen hen: ‘Zie Ik, ja Ik zal rechtspreken tussen de vette lammeren en de magere lammeren,
21
omdat jullie alle zwakke schapen met jullie flank en schouder wegduwen en met jullie horens wegstoten, totdat jullie ze naar buiten toe uiteengejaagd hebben.
22
Ik zal mijn schapen redden, zodat zij niet meer tot prooi zullen zijn en Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere schaap.
23
Ik zal één Herder over hen doen opstaan en die zal hen weiden: mijn Dienaar David. Hij zal ze weiden en Hij zal hun Herder zijn.
24
Ik, de HEERE, zal hun tot GOD zijn en mijn Dienaar David zal Vorst zijn in hun midden, Ik, de HEERE, heb het gesproken.
25
Ik zal een Verbond van vrede met hen sluiten en Ik zal de roofdieren uit het land wegdoen en zij zullen veilig in de woestijn wonen en slapen in de wouden.
26
Ik zal hen en het gebied rondom mijn heuvel tot een zegen stellen en Ik zal de regen op zijn tijd doen nederdalen. Er zullen regens vol zegen zijn.
27
De bomen van het veld zullen hun vrucht geven en het land zal zijn opbrengst geven en zij zullen veilig op hun grondgebied wonen. Dan zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de stangen van hun juk verbroken heb en hen gerukt heb uit de hand van hen die zich door hen lieten dienen.
28
Zij zullen de volken niet meer tot buit zijn en de wilde dieren van de aarde zullen hen niet meer verslinden, maar zij zullen veilig wonen en er zal niemand zijn die hen schrik aanjaagt.
29
Ik zal een plant engroei voor hen doen opkomen die tot een eervolle naam zal zijn. Dan zullen zij niet meer door honger uit het land worden weggenomen en zij zullen de smaad van de volken niet meer dragen.
30
Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE hun GOD, met hen ben en dat zij mijn volk zijn, het huis van Israël!, zo spreekt mijn Heer, de HEERE.
31
Jullie, mijn schapen, de schapen van mijn weide, jullie zijn mens en, maar Ik ben jullie GOD, zo spreekt mijn Heer, de HEERE.’ ”
← Chapter 33
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 35 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48