bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
/
Job 17
Job 17
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 18 →
1
Mijn leven is verwoest, mijn dagen zijn uitgeblust, mij rest slechts het graf.
2
Voorwaar, bespotting is mijn deel; mijn oog moet rusten op hun getwist.
3
Stel U zelf als mijn borg bij U; wie anders zal voor mij handslag geven?
4
Want hun hart hebt Gij gesloten voor inzicht; daarom zult gij hen niet laten zegepralen.
5
Wie vrienden aanklaagt uit winstbejag, de ogen van diens kinderen zullen versmachten.
6
Men heeft mij tot een spreekwoord gemaakt onder de volken, en ik ben iemand, die men in het aangezicht spuwt.
7
Mijn oog is dof geworden van verdriet, al mijn leden zijn als een schaduw.
8
De oprechten zijn daarover ontzet, en de onschuldige ergert zich over de godvergetene.
9
Nochtans houdt de rechtvaardige vast aan zijn weg, en wie rein van handen is, neemt toe in kracht.
10
Toch komt gij allen telkens terug – komt dan maar! een wijze zal ik onder u niet vinden.
11
Mijn dagen gaan voorbij, verijdeld zijn mijn plannen, de wensen van mijn hart.
12
De nacht willen zij maken tot dag: het licht zou meer nabij zijn dan de duisternis.
13
Wanneer ik het dodenrijk verwacht als mijn tehuis, in de duisternis mijn leger spreid,
14
tot de groeve zeg: Gij zijt mijn vader, tot de wormen: Mijn moeder en mijn zuster,
15
waar ergens is dan mijn hoop? Ja, mijn verwachting, wie kan haar ontdekken?
16
Zij zullen naar de diepten van het dodenrijk nederdalen, wanneer wij tezamen in het stof nederzinken.
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 18 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42