bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
/
Job 23
Job 23
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
← Chapter 22
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 24 →
1
Maar Job antwoordde:
2
Nu wordt mijn klacht toch tot opstandigheid, hoewel mijn hand mijn zuchten nog bedwingt.
3
O, dat ik Hem wist te vinden, dat ik tot zijn woning mocht komen!
4
Dan zou ik Hem mijn rechtszaak uiteenzetten en mijn mond met bewijzen vullen.
5
Ik zou de woorden vernemen, die Hij mij zou antwoorden, en ik zou verstaan, wat Hij mij zou zeggen.
6
Zou Hij met overmacht tegen mij strijden? Neen, maar Hij zou acht op mij slaan.
7
Dan zou een oprechte bij Hem pleiten, en zou ik voorgoed aan mijn Rechter ontkomen.
8
Zie, ga ik naar het oosten, Hij is er niet; en naar het westen, ik bespeur Hem niet;
9
werkt Hij in het noorden, ik aanschouw Hem niet; keert Hij Zich naar het zuiden, ik zie Hem niet.
10
Want Hij weet, hoe mijn wandel is; toetste Hij mij, ik kwam als goud te voorschijn.
11
Mijn voet bleef vast in zijn spoor, ik hield zijn weg zonder af te buigen;
12
het gebod zijner lippen deed ik niet wijken, in mijn binnenste verborg ik de woorden van zijn mond.
13
Maar Hij blijft Zichzelf gelijk – wie kan Hem keren? Wat Hij begeert, voert Hij uit.
14
Want Hij zal volbrengen wat over mij beschikt is, en vele dergelijke dingen heeft Hij in de zin.
15
Daarom ben ik voor Hem verschrikt; als ik mij dat indenk, sidder ik voor Hem.
16
Want God heeft mijn hart doen versagen, de Almachtige heeft mij verschrikt;
17
want niet vanwege de duisternis verga ik, noch omdat donkerheid mijn aangezicht bedekt.
← Chapter 22
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 24 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42