bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
/
Psalms 106
Psalms 106
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
1
Halleluja! Loof de HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
2
Wie zal de machtige daden van de HEERE verwoorden, al Zijn lof verkondigen?
3
Welzalig zij die zich aan het recht houden, die te allen tijde gerechtigheid doen.
4
Denk aan mij, HEERE, naar het welbehagen in Uw volk; zie naar mij om met Uw heil,
5
zodat ik het goede van Uw uitverkorenen mag zien, mij mag verblijden met de blijdschap van Uw volk, mij mag beroemen met Uw eigendom.
6
Wij hebben gezondigd, evenals onze vaderen, wij hebben ons misdragen, wij hebben goddeloos gehandeld.
7
Onze vaderen in Egypte hebben Uw wonderen niet opgemerkt; zij hebben niet gedacht aan Uw talrijke blijken van goedertierenheid, maar waren ongehoorzaam bij de zee, de Schelfzee.
8
Maar Hij verloste hen omwille van Zijn Naam, om Zijn macht bekend te maken.
9
Hij bestrafte de Schelfzee, zodat ze droogviel; Hij deed hen door de diepe wateren gaan als door een woestijn.
10
Hij verloste hen uit de hand van de hater, Hij bevrijdde hen uit de hand van de vijand.
11
Water bedolf hun tegenstanders, niet één van hen bleef over.
12
Toen geloofden zij Zijn woorden, zij zongen Zijn lof.
13
Maar zij vergaten spoedig Zijn werken. Zij wachtten niet op Zijn raad,
14
en werden met gulzigheid bevangen in de woestijn; zij stelden God op de proef in de wildernis.
15
Toen gaf Hij hun wat zij begeerden, maar henzelf deed Hij uitteren.
16
Zij werden jaloers op Mozes in het kamp, en op Aäron, de heilige van de HEERE.
17
De aarde opende zich en verslond Dathan en bedolf de aanhang van Abiram.
18
Een vuur brandde onder hun aanhang, een vlam verzengde de goddelozen.
19
Zij maakten een kalf bij de Horeb en bogen zich neer voor een gegoten beeld.
20
Zij ruilden hun Eer in voor het evenbeeld van een rund, dat gras eet.
21
Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte,
22
wonderen in het land van Cham, ontzagwekkende dingen bij de Schelfzee.
23
Hij zei dat Hij hen zou wegvagen. Als Mozes, Zijn uitverkorene, niet voor Zijn aangezicht in de bres had gestaan om Zijn grimmigheid af te wenden, dan zou Hij hen te gronde gericht hebben.
24
Zij versmaadden het begerenswaardige land, zij geloofden Zijn woord niet,
25
maar zij morden in hun tenten; naar de stem van de HEERE luisterden zij niet.
26
Daarom hief Hij Zijn hand tegen hen op en zwoer dat Hij hen zou neervellen in de woestijn,
27
dat Hij hun nageslacht zou neervellen onder de heidenvolken en hen zou verstrooien door de landen.
28
Ook koppelden zij zich aan Baäl-Peor, zij aten de offers voor de doden.
29
Zij verwekten de HEERE tot toorn met hun daden, zodat er een plaag onder hen uitbrak.
30
Toen stond Pinehas op en oefende gericht en de plaag werd tot stilstand gebracht.
31
Het is hem gerekend tot gerechtigheid, van generatie op generatie, tot in eeuwigheid.
32
Zij maakten Hem zeer toornig bij het water van Meriba, het verging Mozes slecht omwille van hen.
33
Want zij tergden zijn geest, zodat hij met zijn lippen ondoordachte woorden sprak.
34
Zij vaagden de volken niet weg, zoals de HEERE hun bevolen had;
35
maar zij vermengden zich met de heidenvolken en leerden hun gebruiken.
36
Zij dienden hun afgoden, die hun tot een valstrik werden.
37
Bovendien offerden zij hun zonen en hun dochters aan de demonen.
38
Zij vergoten onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters. Zij offerden hen aan de afgoden van Kanaän, zodat het land door deze bloedschulden ontheiligd werd.
39
Zij verontreinigden zichzelf door hun werken, zij bedreven hoererij door hun daden.
40
Daarom ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Zijn volk, Hij had een afschuw van Zijn eigendom.
41
Hij gaf hen in de hand van de heidenvolken; wie hen haatten, heersten over hen.
42
Hun vijanden onderdrukten hen, zij werden vernederd onder hun hand.
43
Hij redde hen vele keren, zíj echter tergden Hem door hun plannen en raakten uitgeteerd door hun ongerechtigheid.
44
Toch zag Hij hun benauwdheid, toen Hij hun roepen hoorde.
45
Hij dacht hun ten goede aan Zijn verbond; Hij had berouw, naar Zijn grote goedertierenheid.
46
Daarom bewees Hij hun barmhartigheid bij allen die hen als gevangenen hadden weggevoerd.
47
Verlos ons, HEERE, onze God, breng ons bijeen vanuit de heidenvolken, opdat wij Uw heilige Naam loven en ons beroemen in Uw lof.
48
Geloofd zij de HEERE, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid; laat heel het volk zeggen: Amen. Halleluja!
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150