bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
/
Psalms 89
Psalms 89
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
← Chapter 88
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 90 →
1
Een onderwijzing van Ethan, de Ezrahiet.
2
Ik zal de blijken van goedertierenheid van de HEERE eeuwig bezingen, van generatie op generatie Uw trouw met mijn mond bekendmaken.
3
Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal voor eeuwig gebouwd worden; Uw trouw hebt U vast doen staan in de hemel zelf.
4
Ik heb — sprak U — een verbond gesloten met Mijn uitverkorene, Ik heb Mijn dienaar David gezworen:
5
Ik zal uw nakomelingen tot in eeuwigheid stand doen houden, uw troon bouwen van generatie op generatie. Sela
6
Daarom looft de hemel Uw wonderen, HEERE, ja, prijst men Uw trouw in de gemeente van de heiligen.
7
Want wie kan in de hemel met de HEERE gemeten worden? Wie is de HEERE gelijk onder de machtige vorsten?
8
God is zeer geducht in de raad van de heiligen en ontzagwekkend boven allen die Hem omringen.
9
HEERE, God van de legermachten, wie is als U? Groot van macht bent U, HEERE; Uw trouw omringt U.
10
U heerst over de overmoed van de zee; wanneer haar golven zich verheffen, stilt Ú ze.
11
Ú hebt Rahab als een dodelijk gewonde verbrijzeld, U hebt Uw vijanden verstrooid met Uw sterke arm.
12
De hemel is van U, ja, de aarde is van U; de wereld en al wat ze bevat, die hebt Ú gegrondvest.
13
Het noorden en het zuiden, die hebt Ú geschapen, Tabor en Hermon zingen vrolijk om Uw Naam.
14
U hebt een arm met macht, Uw hand is sterk, Uw rechterhand verheven.
15
Gerechtigheid en recht zijn het fundament van Uw troon, goedertierenheid en trouw gaan voor Uw aangezicht uit.
16
Welzalig het volk dat de klank van de bazuin kent, zij wandelen, HEERE, in het licht van Uw aangezicht.
17
Zij verheugen zich de hele dag in Uw Naam en worden door Uw gerechtigheid verheven.
18
Want U bent het sieraad van hun kracht; door Uw welbehagen zal onze hoorn opgeheven worden.
19
Want ons schild is van de HEERE, onze koning van de Heilige van Israël.
20
Eens hebt U in een visioen gesproken over Uw heilige, en gezegd: Ik heb een held van hulp voorzien, Ik heb een verkorene uit het volk verheven.
21
Ik heb David, Mijn dienaar, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd.
22
Mijn hand zal hem doen standhouden, ja, Mijn arm zal hem sterk maken.
23
Geen vijand zal hem overweldigen, geen onrechtvaardige zal hem onderdrukken.
24
Maar Ik zal zijn tegenstanders verpletteren voor zijn ogen, wie hem haten, zal Ik treffen.
25
Mijn trouw en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn, zijn hoorn zal in Mijn Naam opgeheven worden.
26
Ik zal zijn hand op de zee leggen, zijn rechterhand op de rivieren.
27
Híj zal tot Mij roepen: U bent mijn Vader, mijn God en de rots van mijn heil.
28
Ja, Ík zal hem tot een eerstgeboren zoon maken, tot de allerhoogste van de koningen van de aarde.
29
Ik zal Mijn goedertierenheid tegenover hem voor eeuwig houden, aan Mijn verbond met hem trouw blijven.
30
Ik zal zijn nageslacht voor eeuwig laten bestaan en zijn troon als de dagen van de hemel.
31
Als zijn kinderen Mijn wet verlaten en in Mijn bepalingen niet gaan,
32
als zij Mijn verordeningen ontheiligen en Mijn geboden niet in acht nemen,
33
dan zal Ik hun overtreding met de roede straffen en hun ongerechtigheid met slagen.
34
Maar Mijn goedertierenheid zal Ik bij hem niet wegnemen en in Mijn trouw niet falen.
35
Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen en wat over Mijn lippen gekomen is, niet veranderen.
36
Eens heb Ik gezworen bij Mijn heiligheid: Nooit zal Ik tegen David liegen!
37
Zijn nageslacht zal voor eeuwig blijven, zijn troon zal vóór Mij zijn, vast als de zon.
38
Hij zal voor eeuwig standhouden, zoals de maan; de getuige hoog aan de hemel is trouw. Sela
39
Maar Ú hebt hem verstoten en verworpen, U bent verbolgen geworden op Uw gezalfde.
40
U hebt het verbond met Uw dienaar tenietgedaan, U hebt zijn diadeem ontheiligd en op de aarde geworpen.
41
U hebt een bres geslagen in al zijn muren, U hebt zijn vestingen in puin gelegd.
42
Alle voorbijgangers op de weg hebben hem beroofd; zijn buren is hij tot smaad geworden.
43
U hebt de rechterhand van zijn tegenstanders verheven, U hebt al zijn vijanden verblijd.
44
Ja, U hebt de scherpte van zijn zwaard gekeerd, U hebt hem in de strijd geen stand doen houden.
45
U hebt zijn luister doen ophouden, U hebt zijn troon op de aarde neergestoten.
46
U hebt de dagen van zijn jeugd verkort, U hebt hem met schaamte bedekt. Sela
47
Hoelang nog, HEERE? Zult U Zich voor altijd verbergen? Hoelang zal Uw grimmigheid branden als een vuur?
48
Bedenk hoe kort mijn levensduur is. Waarom zou U alle mensenkinderen tevergeefs geschapen hebben?
49
Welke man leeft er die de dood niet zien zal, die zijn ziel bevrijden zal uit de greep van het graf? Sela
50
Heere, waar zijn Uw vroegere blijken van goedertierenheid? U hebt ze David gezworen bij Uw trouw.
51
Denk, Heere, aan de smaad van Uw dienaren; de hoon van alle grote volken, die ik in mijn binnenste meedraag.
52
Daarmee smaden Uw vijanden, HEERE, daarmee smaden zij de voetstappen van Uw gezalfde.
53
De HEERE zij voor eeuwig geloofd. Amen, ja, amen.
← Chapter 88
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 90 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150